Alle vleugels zijn nu beplankt. En het vleugelmiddendeel is tegen elkaar gelijmd met de goede V-stelling.
In de middendeel zijn de motorspanten gemonteerd.
Er is een mal van de motorbevestigingsggaten gemaakt om de onderdelen van de motorophanging uit te lijnen en bovendien moeten de 2 motoren recht op de hartlijn van het vliegtuig komen. Er is geen zijwaartsstelling. Domping is er wel.
Er is een begin gemaakt aan de motorkap. De motorkap wordt een glasvezelversterkte, kunststof kap. Verlijmd aan de vleugel, met een dekseltje om de motor te monteren. De stuwbuis moet namelijk goed vast komen aan het vliegtuig.
Bij het maken van het oermodel gebruik ik het motorbevestigingsspant van hierboven en daar maak ik een bakje om heen. Dat wordt de basis van het oermodel
Het oermodel wordt gemaakt van 3 roofmate platen aan een demonteerbare motorsteun gelijmd, want op die manier (3 platen) heb ik een hartlijn in het roofmate en kan ik precies de uitlaat en inlaat uitlijnen. De luchtinlaat en luchtuitlaat zijn 2 spantjes (triplex) die keihard op het roofmate gelijmd worden en waar ik me bij het schaven en schuren aan moet committeren.
Na het vleugelmiddendeel, is het kielvlak het moeilijkste onderdeel. Onder de beplanking komt eerst de vleugelbevestiging naar het stabilo.
Later, na het beplanken wordt dit verder uitgebreid.
Dan komen er de kabels voor hoogteroerservo’s in. Ik ga daar een Multiplex snelkoppeling in zetten.
Onder de 1,5mm balsabeplanking komt een glasweefsel Epoxy+80 gr/dm2 onder 45 graden (tegen de torsie) en een koolstof streng tegen de buiging. Het weefsel wordt in epoxy gedrenkt en daarna wordt zoveel als mogelijk hars er uit gestreken met een oud bankpasje. Er mag geen hars op het weefsel blijven liggen: alleen maar tussen de vezels.
Deze lijmverbinding wordt nu flink geperst en bij 50 graden uitgehard.
Nu is de romp aan de beurt: Een romp hebben we nodig om alle vleugeldelen met elkaar te verbinden. Eigenlijk is dat ook de enige goede bestaansreden van een romp.