Zojuist toch weer, wat eerder dan gepland een aflevering van mijn verslag op mijn weblog geplaatst. Hieronder een kopie:
Bouwverslag ss Rotterdam 1:200 (deel 16)
Eigenlijk was ik van plan opnieuw te wachten met een volgend verslag tot ik weer “echte” bouwresultaten had. Maar gisteren en vandaag toch wat tegengekomen dat ik vermeldenswaaed vind. Vandaar dus……..
Zoals de laatste keer gemeld ben ik verder gegaan met het tekenen van het promenadedek en de wanden die daarop komen. Ik schreef dat ik dat schatte op zo’n twee dagen werk. Het is maar goed dat het maken van begrotingen niet tot mijn kerntaken behoorde, want weet ik niet of ik wel de 34 jaar bij mijn laatste werkgever had volgemaakt. De nieuwe schatting is twee weken, de Noord-Zuid lijn is er niets bij.
Terwijl ik bezig was heb ik wat prioriteit aan de dekken gegeven, omdat die als eerste geplaatst kunnen worden en daar de verlichting van de onderliggende promenades ingebouwd moet worden. Aan de voor- en achterkant is het bovenpromenadedek niet meer overdekt, en het buitengedeelte heeft een houten dekbekleding. Toen ik pas met etsen begon heb ik daar wat mee geexperimenteerd (zie een eerder verslag), dus ik was wel benieuwd hoe dat zou gaan. Het gedeelte van de voorkant van het dek dat beplankt is, is nogal grillig van vorm omdat daar ook fundaties van laatlieren en een dekkraan komen. Voor het tekenen is dat best wel complex, en ik dacht een uitstekende optie gevonden te hebben in Inkscape, het zogenaamd “clippen”. Dat betekent dat je gewoon een groot vlak kan tekenen met beplanking. Daaroverheen “leg” je dan een object dat de contouren heeft van het te beplanken dekgedeelte, en met het “clippen” wordt dan als het ware de dekbeplanking op die maat eruit gesneden. Op papier (ofwel op het beeldscherm} werkte dit uitstekend, en ook de tekening op de pdf file vanwaaruit ik de etsmaskers print zagen er goed uit. Na belichting bleek echter al snel dat bij het ontwikkelen het gehele beplankte oppervlak werd wegontwikkeld, van de beplanking was niets meer te zien alleen een volledig wegontwikkeld vlak. Ik begreep hier niets van, alles nog eens nagekeken maat niets te vinden. Tot ik het belichtingmasker nog eens goed bekeek. Wat bleek was dat de “planken”, die zwart moeten zijn, met doorzichtige voegen ertussen, in werkelijkheid een grijze tint hadden. Op alle andere delen die niet belicht moeten worden ligt echt een zwarte inktlaag, maar bij de beplanking was dat grijs. De verklaring was dus gevonden, maar ik weet nog steeds niet hoe het komt. Kennelijk wordt er iets aan de printer doorgegeven wat niet zichtbaar is op je beeldscherm (daarop is het echt pikzwart). Dan toch maar een “directe” methode gevolgd, maar toen ik daar mee bezig was kwam ik ineens op een idee. Als ik de mislukte plaat toch zou etsen ontstaat er een verdiept gedeelte op de plaats van de beplanking. Als ik dan de beplanking apart uitets in de goede vorm, dan past die daar precies in en kan ik die er later inlijmen. Hierdoor komt het beplankte gedeelte iets verhoogd te liggen (ongeveer 0,15 mm, met wat speling misscjien 0,2 mm), maar in werkelijkheid is dat ook zo. Dus zo uitgevoerd, en hieronder de twee etsplaten.

De belichting is belabberd, maar rechts onder is het dek te zien, met het heldere te beplanken gedeelte, dat hier dus éénzijdig is ingeëtst. De stroken daarboven zijn wat korte wanddelen van het dekhuis die ik als “bladvulling” maar vast meegenomen heb. De aparte beplanking ligt links. Wat misschien opvalt zijn de smalle banen rond de onderdelen. Voor het etswerk voor het promenadedek gebruikte ik banen van minimaal 1,5 mm. Dit was natte vingerwerk, maar ik had het idee dat ze niet te smal moesten zijn op zo snel mogelijk volledige dooretsing te krijgen. Dit bleek echter een volledig verkeerde gedachtegang. Bij het etsen viel het me namelijk op dat juist dunne lijnen, en dan met name aan uiteinden daarvan het snelst “doorkwamen” (is trouwens prachtig te volgen met een zaklamp erachter, het geeft elke keer weer een kick als je de eerste “doorbraak” ziet). Ook bleek dat grotere oppervlakken achterbljven, en dat is niet prettig want het etsen van de “voorlopende” stukken gaar natuurlijk gewoon verder terwijl je wacht tot alles schoon doorgeëtst is. Dus voor de nieuwe serie heb ik gekozen voor veel smallere banen van 0,5 mm, en straks als ik groter ramen heb doe ik allen de randen, het middenstuk valt er dan gewoon uit. Ook nu viel het op dat het laatste dat dooretste de twee openingen (centraal bovenin) voor beglaasde deuren waren. Voor de rest werkte het perfect. Hieronder het uitgesneden dek met het daarin los liggende beplankte gedeelte.

Voordeel is nu dat de beplanking los van de rest gespoten kan worden en daarna erin gelijmd. De rest van het (buiten)dek wordt zwart of donkergrijs (is in werkelijkheid bedekt met een bitumen laag. Die vreemd gevorde delen in het voordek zijn de uitsparingen voor de fundaties van de twee laadlieren, de extra uitsparing aan de bovenkant is voor de fundatie van de dekkraan met lier, en de centrale rechthoekige uitsparing is voor een groot dekluik (hier werden bijvoorbeeld complete autos door naar binnen gehesen).
Al met al weer een mooie bewijsvoering van de “stelling van Cruijff” (je weet wel, van die voor- en nadelen). Ik blijf deze werkwijze volgen, maar ik was er nooit opgekomen als ik dat rare gevolg van het “clippen” met Inkscape niet was tegengekomen. Over de wet van Murphy zal ik het maar niet hebben, die heb ik al zo vaak bewezen dat het bijna routine wordt….
Maar elke keer loop je toch weer tegen wat nieuws aan met etsen, en ik weet nog steeds de grenzen niet. Bovenaan de eerste foto zijn wat ramen te zien die door dunne spijltjes in kleinere raampjes zijn verdeeld. Die spijltjes zijn op tekening 0,4 mm breed, de raampjes zijn ongeveer 1,3x1,5 mm, en als je het zo voor je ziet zien ze er echt perfect uit. Dat geeft hoop voor als ik later aan relingen toe ben (duurt nog wel een tijdje, maar toch denk je daar soms aan). Ik ben ze wel schaal 1:200 tegengekomen bij Argonaut, maar die hebben drie horizontale stangen, terwijl de Rotterdam er ook met vier heeft. Daarnaast is het natuurlijk veel leuker om het zelf te maken……..
Bij het zoeken naar de grenzen van het etswerk werd ik ook nog geholpen door een clubgenoot van Stephan le Sage (
Stelsa draadje) die ik sprak op de beurs in Goes. Hij wilde heliplatforms maken, maar machinaal lukte dat niet en hij informeerde of dat misschien met etsen kon. Dat heb ik geprobeerd, en ik vond het resultaat verbluffend (de langwerpige stukken op de foto hieronder zijn wandjes voor mezelf die ik over moest doen omdat ik ze verpest had):

De diameter van de (hier negen gemaakte) platforms is 42 mm. De gaten zijn 0,8 mm diameter, met een steek van 1,15 mm. Dat betekent dus dat de wandjes tussen de gaten 0,35 mm zijn, en het zag er echt perfect uit. Zo’n 6 maanden geleden, toen ik hiermee begon, had ik echt niet durven dromen dat ik dat nu zo zou kunnen. Het verbaast me daarom dat zo weinig scheepsmodelbouwers dit doen. Bij de modeltrein bouwers lijkt dit veel meer te gebeuren. Maar ja, misschien dat na deze reclamecampagne het wel een vlucht gaat nemen. Ik weet alleen niet wat voor aandelen ik zou moeten kopen om hiervan te kunnen profiteren.
Snel nog even de foto van de week. Even een foto van de grootse uitstraling die zij nu weer heeft. Deze foto heb ik genomen tijdens mijn eerdergenoemde bezoek in januari. Het is de trap in het Ritz-Carlton, dat twee verdiepingen heeft (achteraan het onder-promenadedek en het sloependek). Schitterend toch???

Toch weer een heel verhaal, en dan ben ik nog niet aan de verlichting van de promenades toegekomen. Op het forum al laten zien dat ik daar “bedrade” SMD ledjes voor op het oog had. Intussen wat testjes gedaan (alweer???) en die vielen positief uit. Woensdag 100 besteld, vrijdag al in de bus – wat heb ik toch met levertijden. Als ik daar een presenteerbaar resultaat mee heb komt er een volgende aflevering. Tot dan.
Groet,
Ad Bakker