Je begint natuurlijk met een ontwerp van je etsplaat te tekenen. Daarvoor kan je elk tekenprogramma gebruiken, zelf gebruik ik een vectorieel tekenprogramma "Inkscape", dat gratis is te
downloaden. Je zou het als een alternatief voor Adobe Illustrator kunnen zien, maar dat vond ik voor privé gebruik veel te kostbaar. Inkscape is best even wennen, maar als je gewend bent is het een fantastisch programma met ontzettend veel mogelijkheden. Ik gebruik het nu een half jaar, en nog steeds ontdek ik nieuwe mogelijkheden.
Omdat ik met Positiv 20 begonnen ben, moet je alles "negatief tekenen". Dat gaat in eerste instantie nogal tegen je gevoel in: alles wat moet blijven staan mag niet belicht worden, en moet dus zwart getekend worden. Hieronder een voorbeeld van een etsmasker en het uiteindelijk resultaat van één van mijn eerste testjes (natuurlijk de raampjes waar ik zo'n problemen mee had). De raampjes zijn 4 x 7,5 mm, het spijltje is 0,5 mm.

Er mankeert natuurlijk nog van alles aan, maar voor mij was het goed genoeg om te besluiten hiermee verder te gaan.
Bij tweezijdig etsen is in principe de achterkant het spiegelbeeld van de voorkant. Maar er zijn dingen die alleen aan de voorkant of alleen aan de achterkant aangeëtst moeten worden. In het begin had ik daar echt wel de nodige problemen mee, en ging het regelmatig fout. Ik heb nu een werkwijze die goed bevalt, maar het blijft wel een zaak van goed uitkijken. Ik teken nu de voorkant, waarbij zwart en wit natuurlijk gebruikt wordt voor zaken die zowel aan de voor- als aan de achterkant moeten "blijven staan" respectiebvelijk weggeëtst moeten worden. Daarnaast gebruik ik groen voor lijnen en vlakken die alléén aan de voorkant aangeëtst moeten worden, en rood voor lijnen en vlakken die alléén aan de achterkant aangeëtst moeten worden. Je moet echt proberen de tekening van de hele etsplaat helemaal af te hebben voordat je deze dupliceert en spiegelt, want daarna nog wijzigen is één brok van ergernis. Na het spiegelen wordt het origineel de achterkant, en het gekopiëerde en gespiegelde exemplaar de voorkant. (uitleg hierna, bij het printen). Van de voorkant worden vervolgens alle rode delen verwijderd en alle groene delen wit gemaakt. Evenzo wordt aan de achterkant alle groene delen verwijderd en alle rode delen wit gemaakt.
Uit te etsen onderdelen moeten natuurlijk geheel rondom geëtst worden. Voor de breedte van de omranding had ik aanvankelijk gekozen voor zo'n 1,5 mm, wat een puur "gevoelsmatige" keuze was. Bij het volgen van het etsproces viel het me echter op dat smallere banen eerder dooretsten dan brede. Daarom gebruik ik nu 0,5 mm brede omrandingen, net niet te smal om er nog met een mes in te kunnen voor het wegsnijden van de "bruggetjes" die het etsdeel moeten vasthouden (later meer hierover).
Hieronder de "gekleurde" tekening van de etsplaat die ik wil gaan maken.
Het zijn de achterste buitenwanden van het promenadedek (stuurboord en bakboord), met daarin opgenomen de reling op het daarboven gelegen boven-promenadedek. Apart zijn nog wat relingdelen opgenomen. Dit zijn hekjes die om de fundaties van de sloepen davits staan, hieronder in detail (de lijnen zijn 0,5 en 0,3 mm breed):
Op beide tekeningen zijn duifelijk de rode "lipjes" te zien, die ervoor moeten zorgen dat het uit te etsen deel er niet uitvalt tijdens het etsen, en ook niet te veel vervormt. Deze lipjes ets ik aan de voorzijde in (vandaar dat ze rood zijn), zodat je aan de voorkant nog wel een strakke lijn krijgt. Het latere uitnemen kan met een scherp mes gebeuren, het liefst met een snijdende beweging anders is er het gevaar van lokaal vervormen van het etsdeel. Achteraf besef ik me dat ik bij de relingdelen wel met wat minder lipjes had kunnen volstaan. Dat wordt dus heel voorzichtig uitsnijden…..
Deze tekening is dus gedupliceerd en gespiegeld en naar kleur aangepast. Het eindresultaat hieronder:
Om de tekening heb ik met heel dunne (0.05 mm) lijnen en cirkels markeringen aangebracht om straks voor en achterkant zo exact mogelijk te kunnen uitlijnen. Met reling spijltjes van 0,3 mm breed zal wel duidelijk zijn dat dat een erg nauwkeurig werkje is, en ik denk het meest kritische in het hele proces. Dit komt ook later nog aan bod.
Overigens is op de laatste tekening aan de onderkant van de wanden, net boven de "flappen" (die we nog wel van kartonnen bouwplaten kennen) aan de achterkant (het onderste deel dus) een lijn te zien. Op de eerdere "kleuren" tekening was deze rood, maar door de lage resolutie van de plaatjes die we hier (mogen) gebruiken, nauwelijks te zien. Dit zijn vouwlijnen waarover die "flappen" naar binnen worden gevouwen. Door het éénzijdig inetsen van de vouwlijn kan je een heel nette, strakke vouw krijgen zonder dat je speciaal gereedschap nodig hebt. De "flappen" zijn bedoeld om de vouw in kortere delen te kunnen uitvoeren. Zij worden aan de onderkant van het dek gelijmd, en zijn uiteindelijk niet zichtbaar meer.
De volgende stap is het printen van het masker. Dat komt in de volgende aflevering.
Tot dan,
Ad Bakker