Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200
1 augustus 2009 geplaatst om 23:10 door Ad Bakker
10 december 2010 gewijzigd om 22:21 door Ad Bakker
10 december 2010 gewijzigd om 22:21 door Ad Bakker
De afgelopen maanden heb ik een weblog bijgehouden over de bouw van een Mississippi boot. Dit was een leuke ervaring en er kwamen ook welkome reacties op. Ik had daar al aangegeven dat ik met plannen liep de ss Rotterdam te gaan bouwen, en dat ik daarover wellicht weer verslag zou doen via een weblog of het forum. Ik heb nu toch weer voor een weblog gekozen, maar dan gekoppeld aan de al lopende discussie hierover in het forum "bouwverslagen schepen". Dat betekent dat reacties meer dan welkom zijn, maar dan via het forum, en niet via deze weblog.
Het bouwen van een schip van scratch is een totaal andere tak van sport dan het bouwen van modelbouw kits, daar ben ik ondertussen wel achter. Het begint al met de tekening(en). Toen ik serieus op zoek ging kon ik in eerste instantie niets vinden, behalve een kartonnen 1:250 bouwkit van "Scaldis Cardboard Modelclub". Die heb ik in eerste instantie aangeschaft, en eerlijk is eerlijk, dit is wel even wat anders dan de kartonnen modelbouwplaten die ik me herinner uit mijn jeugd. Spanten zijn lasergesneden en de detaillering is erg goed. Ik was oorspronkelijk van plan het houten model hiervan af te leiden, maar ondertussen werd ik via het forum geattendeerd op een tekening die gekocht kan worden bij het tekeningenarchief van de NVM. Ik had dat al eens gezien, maar dacht dat dat niet veel kon zijn omdat het maar 1 tekening was. Vanuit mijn modelbouwkit-ervaring dacht ik dat, want de kits omvatten soms wel 20 tekeningen, met dan nog een handleing van tientallen of zelfs meer paginas. Ondanks dat heb ik de tekening toch besteld, en tot mijn verbazing bevat deze tekening (samen met een tweetal artikelen uit de Modelbouwer van 1960) vrijwel alle benodigde informatie. Hieronder een foto van de tekening.

De tekening (schaal 1:250) is uiterst nauwkeurig, en daarnaast is het spantenraam ook nog in tabelvorm gegeven, met een nauwkeurigheid van 0,25 mm. Hoewel ik op die afdeling maar een 8 maanden gewerkt heb, waande ik me met deze tekening weer op de tekenkamer werktuigbouw van de RDM en voelde ik weer de sfeer van calque papier en oostindische inkt.
Met deze tekening kon ik veel beter uit de voeten, dus maar besloten hiervan de plannen voor het 1:200 model af te leiden. Dan begin je natuurlijk met de romp. De tekening en bijbehorende artikelen gaan uit van z.g. stapelbouw. Vanuit mijn eerdere ervaringen wil ik een model op spanten maken, dus daar was het eerste probleem. Het spantenraam geeft keurig de buitenmaten, maar de spanten moeten worden gedimensioneerd op de binnenkant van de huid. Voor de huid ga ik uit van een dubbele beplanking, een eerste laag van 1,5 mm en een tweede laag van 1 mm dik. Het corrigeren van de spantafmetingen voor de huiddikte ligt wat gecompliceerder dan je in eerste instantie zou denken. Dat speelt met name op plaatsen waar de huid niet loodrecht op de spanten staat, dus in de richting van voor en achterschip. Ik heb dat probleem indertijd op het forum gemeld, en heb ondertussen begrepen dat daar best wel goede kunstgrepen voor zijn. Maar, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en dus had ik ondertussen een wiskundige correctiemethode "ontwikkeld". Hieronder het eindresultaat hiervan:

Toen ik dat toch gedaan had heb ik dat maar als basis genomen voor de aanmaak van de spanten. Het voordeel is dat je de spantvorm aan de voor- en achterkant kunt bepalen, waardoor je een nauwkeurige afschatting van de afschuining van de spanten in lengterichting krijgt. Ik weet best wel dat ook hiervoor eenvoudige kunstgreepjes zijn, maar ik vond dit toch best wel een aardig resultaat (eigenwijs?..... wat is dat).
Hieronder een overzicht van de spanten van midscheeps naar het voorschip:

en van midscheeps naar het achterschip:

(excuses voor de grote hoeveelheid "wit", maar ik had geen puf meer om deze figuren in te korten)
De dubbele lijnen geven steeds voor en achtervlak van de (6 mm dikke) spanten.
Vervolgens heb ik de kiel en langsverstevigingen ontworpen. Door de vorm van de romp aan voor- en achterkant kunnenn de langsverstevigingen niet uit 1 stuk gemaakt worden, en moeten er aparte delen voor het voor- en achterschip toegepast worden.
Hieronder de kiel met de daarop "geschoven" spanten. De langsverstevigingen liggen ernaast. Ik heb die ook al gemonteerd gehad (en ze pasten nog ook!!!) maar heb toen vergeten een foto te maken.

Kiel, spanten en langsverstevigingen zijn van 6 mm MDF. Ik ken de nadelen van MDF wel, maar toch heb ik ervoor gekozen: relatief goedkoop en goed te bewerken. Slechte vochtbestendigheid is natuurlijk bekend, maar ik bouw geen varende modellen. In bouwkits wordt meestal multiplex gebruikt, maar ik wilde graag sleuven kunnen frezen voor de verbinding tussen kiel, spanten en verstevigingen. Door deze goed nauwkeurig te maken past het geheel zo goed in elkaar dat "rechtheid" en "torsie" van de romp geen problemen geeft. Dat kan je natuurlijk ook voor elkaar krijgen door een "werfopstelling" op een goede stelplaat, maar op de een of andere manier werkt dat bij mij niet. Deze manier vergt erg nauwkeurig werken met het maken van de verbindingen, maar het werkt wel!.
Voordat ik de spanten en verstevigingen definitief lijm wil ik eerst nog wat details aan de voor en achterkant nader uitwerken. De voorsteven is best wel moeilijk. Ter hoogte van de last/waterlijn is deze bijna messcherp. Naar onder stompt hij dan snel af vanwege de (vrij rudimentaire) bulb, en naar boven hetzelfde naar een mooi rond gevormd voordek. Dit is een moeilijk punt voor het beplanken, dus heb ik gepland een deel van de voorteven in een soort stapelbouw uit te voeren. Daarnaast moet de kiel aan de voorkant plaatselijk aangescherpt worden, en dat doe ik het liefst nog zonder erop gemonteerde spanten. Aan de achterkant spelen ook nog een paar zaken die ik opgelost wil hebben voordat ik de spanten definitief monteer. In de eerste plaats onder de waterlijn naar het roer loopt de romp weer erg spits toe (naar een dikte van 3,8 mm). Dat is waarschijnlijk met voldoende schuren van zowel de kiel als de latere beplanking wel op te lossen. Het achterschip boven de last/waterlijn is door de dubbele afronding (zowel horizontaal als vertikaal) moeilijk te beplanken. Bij de Amerigo Vespucci (zie foto later hieronder) had ik een dergelijke situatie. Bij de bouwkit hadden ze dit opgelost door plaatselijk aan de schterkant vertikale beplanking aan te brengen. Ik heb dat toen ook zo gedaan, maar ik kreeg de verbinding met de rest van de (horizintale) beplanking niet mooi. Uiteindelijk heb ik het achterschip uit een massief stuk hout gevormd, en dat ziet er wel goed uit. Ik denk dat ik dat nu weer doe, maar dan als een stapeling zoals bij het voorschip. Dit alles geeft me weer voldoende te doen de komende tijd.
Voor ik afsluit nog even het volgende. Op de foto hierboven is de afgebouwde Mississippi boot ook te zien. In het verslag over de bouw hiervan heb ik mijn "worsteling" beschreven om een goed plaatsje voor de daarvoor afgekomen HMS Victory te krijgen. Toen ik aan dit verslag begon, en ik de eerste foto's wilde maken stond de Mississippi nog op mijn werktafel, en kreeg ik zo'n "alweer?" gevoel. Toen vandaag dus toch maar even snel een plank erbij gekocht (deze kan wel weer op een "normale" plank) en gemonteerd. Hieronder het resultaat, met een overzicht van mijn hele "collectie" grote schepen. Als ik het bureau wat van de muur afschuif kan ik zelfs nog een plaatsje voor de Rotterdam creëren, maar dat is verre toekomstmuziek.

Tot de volgende keer.
Ad Bakker
(nogmaals, reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen")
Het bouwen van een schip van scratch is een totaal andere tak van sport dan het bouwen van modelbouw kits, daar ben ik ondertussen wel achter. Het begint al met de tekening(en). Toen ik serieus op zoek ging kon ik in eerste instantie niets vinden, behalve een kartonnen 1:250 bouwkit van "Scaldis Cardboard Modelclub". Die heb ik in eerste instantie aangeschaft, en eerlijk is eerlijk, dit is wel even wat anders dan de kartonnen modelbouwplaten die ik me herinner uit mijn jeugd. Spanten zijn lasergesneden en de detaillering is erg goed. Ik was oorspronkelijk van plan het houten model hiervan af te leiden, maar ondertussen werd ik via het forum geattendeerd op een tekening die gekocht kan worden bij het tekeningenarchief van de NVM. Ik had dat al eens gezien, maar dacht dat dat niet veel kon zijn omdat het maar 1 tekening was. Vanuit mijn modelbouwkit-ervaring dacht ik dat, want de kits omvatten soms wel 20 tekeningen, met dan nog een handleing van tientallen of zelfs meer paginas. Ondanks dat heb ik de tekening toch besteld, en tot mijn verbazing bevat deze tekening (samen met een tweetal artikelen uit de Modelbouwer van 1960) vrijwel alle benodigde informatie. Hieronder een foto van de tekening.

De tekening (schaal 1:250) is uiterst nauwkeurig, en daarnaast is het spantenraam ook nog in tabelvorm gegeven, met een nauwkeurigheid van 0,25 mm. Hoewel ik op die afdeling maar een 8 maanden gewerkt heb, waande ik me met deze tekening weer op de tekenkamer werktuigbouw van de RDM en voelde ik weer de sfeer van calque papier en oostindische inkt.
Met deze tekening kon ik veel beter uit de voeten, dus maar besloten hiervan de plannen voor het 1:200 model af te leiden. Dan begin je natuurlijk met de romp. De tekening en bijbehorende artikelen gaan uit van z.g. stapelbouw. Vanuit mijn eerdere ervaringen wil ik een model op spanten maken, dus daar was het eerste probleem. Het spantenraam geeft keurig de buitenmaten, maar de spanten moeten worden gedimensioneerd op de binnenkant van de huid. Voor de huid ga ik uit van een dubbele beplanking, een eerste laag van 1,5 mm en een tweede laag van 1 mm dik. Het corrigeren van de spantafmetingen voor de huiddikte ligt wat gecompliceerder dan je in eerste instantie zou denken. Dat speelt met name op plaatsen waar de huid niet loodrecht op de spanten staat, dus in de richting van voor en achterschip. Ik heb dat probleem indertijd op het forum gemeld, en heb ondertussen begrepen dat daar best wel goede kunstgrepen voor zijn. Maar, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en dus had ik ondertussen een wiskundige correctiemethode "ontwikkeld". Hieronder het eindresultaat hiervan:

Toen ik dat toch gedaan had heb ik dat maar als basis genomen voor de aanmaak van de spanten. Het voordeel is dat je de spantvorm aan de voor- en achterkant kunt bepalen, waardoor je een nauwkeurige afschatting van de afschuining van de spanten in lengterichting krijgt. Ik weet best wel dat ook hiervoor eenvoudige kunstgreepjes zijn, maar ik vond dit toch best wel een aardig resultaat (eigenwijs?..... wat is dat).
Hieronder een overzicht van de spanten van midscheeps naar het voorschip:

en van midscheeps naar het achterschip:

(excuses voor de grote hoeveelheid "wit", maar ik had geen puf meer om deze figuren in te korten)
De dubbele lijnen geven steeds voor en achtervlak van de (6 mm dikke) spanten.
Vervolgens heb ik de kiel en langsverstevigingen ontworpen. Door de vorm van de romp aan voor- en achterkant kunnenn de langsverstevigingen niet uit 1 stuk gemaakt worden, en moeten er aparte delen voor het voor- en achterschip toegepast worden.
Hieronder de kiel met de daarop "geschoven" spanten. De langsverstevigingen liggen ernaast. Ik heb die ook al gemonteerd gehad (en ze pasten nog ook!!!) maar heb toen vergeten een foto te maken.

Kiel, spanten en langsverstevigingen zijn van 6 mm MDF. Ik ken de nadelen van MDF wel, maar toch heb ik ervoor gekozen: relatief goedkoop en goed te bewerken. Slechte vochtbestendigheid is natuurlijk bekend, maar ik bouw geen varende modellen. In bouwkits wordt meestal multiplex gebruikt, maar ik wilde graag sleuven kunnen frezen voor de verbinding tussen kiel, spanten en verstevigingen. Door deze goed nauwkeurig te maken past het geheel zo goed in elkaar dat "rechtheid" en "torsie" van de romp geen problemen geeft. Dat kan je natuurlijk ook voor elkaar krijgen door een "werfopstelling" op een goede stelplaat, maar op de een of andere manier werkt dat bij mij niet. Deze manier vergt erg nauwkeurig werken met het maken van de verbindingen, maar het werkt wel!.
Voordat ik de spanten en verstevigingen definitief lijm wil ik eerst nog wat details aan de voor en achterkant nader uitwerken. De voorsteven is best wel moeilijk. Ter hoogte van de last/waterlijn is deze bijna messcherp. Naar onder stompt hij dan snel af vanwege de (vrij rudimentaire) bulb, en naar boven hetzelfde naar een mooi rond gevormd voordek. Dit is een moeilijk punt voor het beplanken, dus heb ik gepland een deel van de voorteven in een soort stapelbouw uit te voeren. Daarnaast moet de kiel aan de voorkant plaatselijk aangescherpt worden, en dat doe ik het liefst nog zonder erop gemonteerde spanten. Aan de achterkant spelen ook nog een paar zaken die ik opgelost wil hebben voordat ik de spanten definitief monteer. In de eerste plaats onder de waterlijn naar het roer loopt de romp weer erg spits toe (naar een dikte van 3,8 mm). Dat is waarschijnlijk met voldoende schuren van zowel de kiel als de latere beplanking wel op te lossen. Het achterschip boven de last/waterlijn is door de dubbele afronding (zowel horizontaal als vertikaal) moeilijk te beplanken. Bij de Amerigo Vespucci (zie foto later hieronder) had ik een dergelijke situatie. Bij de bouwkit hadden ze dit opgelost door plaatselijk aan de schterkant vertikale beplanking aan te brengen. Ik heb dat toen ook zo gedaan, maar ik kreeg de verbinding met de rest van de (horizintale) beplanking niet mooi. Uiteindelijk heb ik het achterschip uit een massief stuk hout gevormd, en dat ziet er wel goed uit. Ik denk dat ik dat nu weer doe, maar dan als een stapeling zoals bij het voorschip. Dit alles geeft me weer voldoende te doen de komende tijd.
Voor ik afsluit nog even het volgende. Op de foto hierboven is de afgebouwde Mississippi boot ook te zien. In het verslag over de bouw hiervan heb ik mijn "worsteling" beschreven om een goed plaatsje voor de daarvoor afgekomen HMS Victory te krijgen. Toen ik aan dit verslag begon, en ik de eerste foto's wilde maken stond de Mississippi nog op mijn werktafel, en kreeg ik zo'n "alweer?" gevoel. Toen vandaag dus toch maar even snel een plank erbij gekocht (deze kan wel weer op een "normale" plank) en gemonteerd. Hieronder het resultaat, met een overzicht van mijn hele "collectie" grote schepen. Als ik het bureau wat van de muur afschuif kan ik zelfs nog een plaatsje voor de Rotterdam creëren, maar dat is verre toekomstmuziek.

Tot de volgende keer.
Ad Bakker
(nogmaals, reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen")
Totaal aantal reacties 37
Reacties
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 2)Ik heb weer een mijlpaal(tje) bereikt, want ik ben vrijwel aan de beplanking toe. Normaal gesproken was ik daar nu al mee bezig, en had dan weer het schrijven van dit verslag uitgesteld, maar er is een probleempje: ik heb nog geen latjes. Vanaf het begin wist ik al wat ik ging gebruiken, maar halen ho maar. Eindelijk begin deze week eens gebeld met de modelbouwwinkel, maar die had onvoldoende op voorraad. Bestellen dus, levertijd ongeveer 10 dagen. Toen ik trouwens de prijs hoorde vroeg ik me af of ik niet onbewust gewacht had met bestellen.... Het betekent dus wel dat ik nu ruim de tijd heb voor de voorbereidingen, en ook de rust kan vinden om dit verslag te schrijven. De "plankenstapelingen" voor de voor- en achtersteven zijn klaar, en daarna de spanten en langsverstevigingen gelijmd. Hieronder een overzicht van het resultaat. ![]() Ik heb hem eerst helemaal gemonteerd en goed gecontroleerd of alles goed aansloot. Om voldoende tijd te hebben kon ik pas lijmen na de montage, dus alleen witte houtlijm op de hoeken, en geen lijm aan de kopse kanten. Aanvankelijk was ik bang dat de hechting het gladde oppervlak van de MDF onvoldoende zou zijn, maar uit wat proefstukjes bleek dat dat wel mee viel. Voor alle zekerheid wel wat opgeruwd met schuurpapier. Later zag ik in de hobbywinkel dat er een speciaal middel is om de gladde waslaag van het oppervlak van MDF te verwijderen. Dit is bedoeld om verf beter te laten hechten, maar werkt dan natuurlijk ook voor lijm. Weer wat geleerd voor de volgende keer zullen we maar zeggen. Met name voor de langsverstevigingen, die in een gefreesde sleuf in de kiel vallen was het natuurlijk belangrijk dat deze goed aansloten. Doordat alle sleufverbindingen met een vrij nauwe passing gemaakt zijn was er geen enkele speling. Een "werfopstelling" waarbij eerst de spanten gesteld moeten worden is zo echt niet nodig. Het is natuurlijk wel zo dat ik het enorme voordeel heb dat ik statisch bouw, en geen ruimte hoef te creëren voor aandrijving, besturing etc. Voor zover een foto dat goed kan weergeven, laten onderstaande foto's zien dat hij goed recht is, en ik kan ook geen torsie waarnemen. Van voor naar achter: ![]() en van achter naar voor: ![]() Niet echt goed zichtbaar, maar wel enigzins op de bovenste foto, is dat de bovenkant van de spanten de zeeg van het promenadedek (dat is dit niveau) goed volgt. Toen ik er voor het eerst zo naar keek schrok ik even, want ik dacht een "sprongetje" te zien. Dat is ook zo, maar dat komt omdat het voorste (buiten)deel van dit dek 2 mm dik wordt, en de rest 1 mm. Dat heb ik zo gepland om meer lijmoppervlak te creëren voor de latere boegopstand (waarschijnlijk van 1 mm triplex). Op beide bovenstaande foto's zijn de "stapelingen" aan de voor- en achterkant al te zien, maar hieronder nog eens in detail weergegeven. Ze zijn overigens wel globaal in vorm gevijld/geschuurd, maar er is nog wel één of enkele tienden mm speling voor de definitieve afwerking, maar daar wacht ik mee tot de beide beplankingslagen erop zitten. ![]() ![]() Ik heb de stapelingen steeds beperkt tot die plaatsen waarvan ik dacht dat de "normale" beplanking moeilijkheden zou geven. Achteraf had ik misschien wat andere keuzes kunnen maken. Zo zag ik pas later dat de ankerkluizen nu precies op de scheiding tussen stapeling en beplanking komen (bij de voorste spant). Het was misschien wat makkelijker geweest om die bovenste stapeling tot de tweede spant door te zetten, maar ja dat is wijsheid achteraf. Nu moet ik daar iets op verzinnen voordat ik met de beplanking begin, maar dat lukt wel. Waar ik met de plaatsing van de spanten wel rekening mee gehouden had is de plaats van de stabilisatoren die midscheeps aan de onderkant van de romp geplaatst zijn. Hiervoor hoef ik daardoor vooraf maar minimale voorzieningen te treffen. Overigens, als je eens goed naar de tekening kijkt, begrijp je wel dat die stabilisatoren geen overbodige luxe zijn. De diepgang is ongeveer 8,5 m terwijl het promenadedek op 22 m boven de kiel ligt, en daar komt dan de opbouw nog bij (tot totaal ongeveer 41 m, excl. masten en schoorstenen). Dan realiseer je je ook hoe belangrijk het was om de totale opbouw van aluminium te maken en zodoende het zwaartepunt zo laag mogelijk te krijgen zonder extra ballast helemaal onderin het schip. Voor de langsverstevigingen moesten natuurlijk sleuven in de spanten gemaakt worden. Dat betekent dat er plaatselijk minder draagvlak voor de beplanking zou zijn. Hierdoor zou het mogelijk zijn dat planken iets gaan kantelen, wat je uiteraard pas later (bijv. bij het schuren) opmerkt. Om dat te voorkomen heb ik de sleufgaten met propjes afgedicht, zoals hieronder in detail is te zien. ![]() Ik denk dat we voorlopig zo wel weer "bijgepraat" zijn, en na nog wat kleine voorbereidingen kan ik dan zodra de bestelling binnen is met de beplanking beginnen. Ik verheug me daar al op, want dat vind ik leuk werk (al het andere natuurlijk ook, maar je hebt zo je voorkeur). Onvermijdelijk begin je ook al aan de volgende fases te denken. In de eerste plaats natuurlijk het afwerken van de romp, inclusief de buitendekken. Het achterdek is daarbij een wat complex gebeuren. Onder het promenadedek heb je daar nog twee overdekte dekken: het onderpromenadedek en het hoofddek. Deze moeten volledig klaar (inrichting, schilderen, echt alles) gemaakt worden voordat je het dek erboven monteerd. Ik moet echt nog eens goed nadenken hoe ik dat in ga richten. De dekopbouw (zeg maar het aluminium gedeelte) wordt een compleet ander verhaal, en is voor mij een totaal onontgonnen gebied. Voorlopig heb ik het zo gepland dat de dekopbouw helemaal apart van de rest van het schip gebouwd kan worden. In de bovenkant van de spanten heb ik een uitsparing gelaten die volledig horizontaal loopt, en dus niet met de zeeg meegaat. Hierin moet een plank pasgemaakt worden, waarop dan het overgebleven (overdekte) deel van het promenadedek en alles wat daar bovenop komt gemonteerd moet worden. De passing met de romp is natuurlijk behoorlijk kritisch, en ik ben benieuwd of dat zo lukt. Zo niet, dan moet ik alles direct op de romp monteren, maar voor de handelbaarheid hoop ik dat het wel lukt. Verder ben ik nog behoorlijk aan het piekeren over de materiaalkeuze voor de buitenwanden van de dekopbouwen. Deze wemelen van de raam- en deuropeningen, en ik moet misschien eens wat proefstukjes maken om te zien hoe ik dat definitief ga aanpakken. Voorlopig dus genoeg te doen en stof tot nadenken. Tot de volgende keer. Ad Bakker (reacties zijn meer dan welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen") |
13 augustus 2009 geplaatst om 20:51 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:22 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 3)Het beplankingsmateriaal is nog niet binnen, dus ik moet mijn tijd aan andere zaken besteden. Het "skelet" is vrijwel af, als laatste heb ik de uitsparingen voor de stabilisator kluizen gemaakt. Die moeten nog verder afgewerkt worden, maar dat kan pas na het beplanken. ![]() Verder heb ik wat kunststof (polystyrol) plaatjes van 1 en 0,75 mm dik gekocht om eens wat uit te proberen voor de buitenwanden. Voor het maken van de raamopeningen ben ik er denk ik wel uit. Door gaatjes op de hoekpunten te boren en dan de wandjes daartussen weg te snijden kom ik tot een redelijk tot goed reproduceerbaar resultaat. De nauwkeurifgheid waarmee de gaatjes geboord zijn is daarbij natuurlijk doorslaggevend. Ik heb een klein kruistafeltje bij mijn boorstandaardje, en dat lijkt goed te lukken. In het echt wordt dat natuurlijk weer een ander verhaal, want je hebt het dan bijv. voor het promenadedek wel over zo'n 100 raampjes op een rij, waarbij vooral naar voren er een behoorlijke zeeg is. Ik probeer daar al een systematiek voor te bedenken, maar helemaal ben ik er nog niet uit. Helemaal ingewikkeld wordt het aan de voorkant, waar de dekopbouw schuin naar achteren loopt. Deze schuinte komt terug in de voorkant van de brug, de radarmast, de antennemast en de schoorstenen, en hoort dus echt bij de belijning van het schip. Maar je komt dan wel in een situatie waarin alles scheef staat. Het dek heeft een helling van zo'n 2 graden en de voorkant van de dekopbouw maakt een hoek van 8 graden met de vertikaal. Een leuke oefening uitslagen maken voor een plaatwerker zou je zo zeggen, maar dat ben ik dus niet. Als je op internet gaat zoeken krijg je hele lijsten met CAD/CAM systemen, en van cussussen plaatwerken waarvan "uitslagen maken" een onderdeel is maar praktische tips, ho maar. Ik denk daarom dat dit weer een goede gelegenheid is om weer eens het wiel uit te vinden (even terzijde voor Wimg: nee Wim, ook deze keer ga ik er geen patent op aanvragen, ik gun anderen ook hun lol en daarbij ben je dan later al je tijd kwijt voor het beschermen ervan en daar zie ik geen hobby in). Het wordt dus weer een avondje wiskunde (dit keer geen hogere wiskunde, maar meer laag-bij-de-grondse meetkunde/goniometrie). Hoewel ik er maar een paar kilometer vandaan woon, was ik nog steeds niet naar het schip zelf wezen kijken. Nu tijd genoeg, dus dat heb ik afgelopen week eens gedaan. Ik moet eerlijk zeggen dat hij er zo aan de buitenkant schitterend bijligt. ![]() Wat zeker ook opvalt is de enorme bedrijvigheid. Dat moet ook wel, want als je de leiding van de operatie mag geloven zijn er meer dan duizend man in bijna volcontinu dienst bezig met het prepareren voor de opening. Die waren dan zeker allemaal binnen, en de meesten waren zeker vawege het mooie weer lopend gekomen, want veel auto's zag ik ook niet........ Het terrein was wel goed bewaakt en je mocht er dus niet op, wat natuurlijk logisch is. De bewakers hadden overigens ook een drukke tijd, in het half uurtje dat er rondgelopen heb, zag ik toch zeker één auto naar binnen en één naar buiten gaan (ik heb er niet op gelet of het dezelfde was.....) Toen ik dan toch in de buurt was ben ik ook nog even naar het informatie centrum gegaan, dat ligt een paar straatjes verder. Ook daar wemelde het niet van de mensen, maar de ontvangst was uiterst vriendelijk. Er lopen daar ook wat mensen rond die op de Rotterdam gevaren hebben, dat is op zich wel leuk. Verder stond er een redelijk groot model. ![]() Het ziet er niet onaardig uit, maar is op sommige punten wat slordig. Wat ik echt niet snap zijn de stabilisator vinnen aan de zijkant. Deze heeft het schip helemaal niet, wel twee servo-hydraulisch bediende stabilisatoren waar ik het al eerder over had. Zo'n slordigheid vind ik bij een verder toch redelijk gedetailleerd model echt onbegrijpelijk. Verder was er ook verlichting in aangebracht, maar dat was ook nogal slordig gedaan. Om de kijker niet te verblinden waren de ramen maar van een soort matglas voorzien. Ik vond dat werkelijk geen gezicht, echt zonde. Verder hing er een display met plattegronden van de dekken. Tot mijn verbazing zag ik hierop dat aan de achterkant de ruimten op het promenadedek niet symmetrisch was. Aan stuurboord wel een overdekte promenade, maar aan bakboord niet, daar maakte die ruimte deel uit van het "café de la paix". Dat is heel anders dan op de tekening die ik heb. Daarbij komt die promenade me beter uit, want in mijn plannen zijn de buitenwanden van de dekopbouw (het plastic dus) niet dragend. De dekken worden gedragen door de inwendige wanden, en dat moet wel want de buitenwanden kunnen pas geplaatst worden als de binnenruimten helemaal klaar zijn. Ik raakte dus in verwarring, en ter plaatse konden de mensen me ook niet helpen (achteraf denk ik: heb ik het wel aan de juiste man gevraagd, maar ja, achteraf....). Thuis gekomen toch maar weer een rondgesnuffeld op internet. Daaruit bleek wel dat er tenminste twee grotere verbouwingen zijn geweest: eerst door de HAL bij de omvorming van lijn- naar cruiseschip en later door de nieuwe eigenaar. Voor de buitenruimtes wist ik dat al wel van het kartonnen model, die kan je namelijk in de oorspronkelijke (HAL, grijze romp) versie als in de versie van de latere eigenaar bouwen (blauwe romp). Maar dat model geeft geen uitsluitsel over de binnenruimten. Toen maar eens contact opgenomen met het Maritiem Museum in Rotterdam. Die lieten me weten dat ze redelijk veel documentatie hebben. Daar ben ik vrijdagochtend dus maar eens gaan kijken, en jawel hoor: bingo. Ze hadden onder meer een speciale uitgave van "Schip en Werf" van september 1959 die geheel aan de ss Rotterdam gewijd is. Hierin zaten ook uitgebreide tekeningen, met gedetailleerde dekplannen. En hierop was duidelijk te zien dat het achterste gedeelte van het promenadedek wel zeker een overdekte promenade heeft aan zowel stuur- als bakboordzijde. Even opgelucht ademhalen dus. Het was wel weer een hele investering: toegang tot de bibliotheek van het museum: gratis, kopieën 1,50 Euro voor 15 A3 vellen. Maar ja, je moet wat over hebben voor je hobby.............. Overigens, complimenten voor de bibliotheekmedewerkers: enthousiast en behulpzaam. Deze aflevering van dit verslag lijkt meer op een speurdersverhaal dan op een bouwverslag. Je hebt zo wel eens van die perioden in een modelbouwleven. Ik heb overigens bij mijn bezoek aan het infocentrum ook nog een blik in het laatste boek over de ss Rotterdam geworpen: "de thriller van de terugkeer". Echt onder de indruk was ik niet (zal wel aan mij liggen). Ik zou het ook geen thriller willen noemen, eerder een blunderchronologie. Ook het fotomateriaal vond ik niet indrukwekkend. Tot de volgende keer, hopelijk dan met weer wel een scala aan bouwresultaten. Groet, Ad Bakker |
22 augustus 2009 geplaatst om 12:25 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:23 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 4)Mijn geduld is wel goed op de proef gesteld, maar eindelijk is het toch zover: de latten zijn binnen, hoewel…….. slechts ten dele. Gelukkig wel in de goede volgorde, het 1,5 mm lindehout (eerste laag) heb ik, op het 1 mm noten (tweede laag) moet ik nog wachten. Dat is geen bezwaar, want met de eerste beplanking kan ik dan toch beginnen. En voordat ik goed en wel met de tweede beplanking kan beginnen moeten ook het voor-promenadedek, en achter het hoofddek het onder-promenadedek aangebracht (en zelfs volledig afgewerkt en ingericht) worden. Nu maar hopen dat die notenbomen al gekapt zijn, dan komt het allemaal wel op tijd in orde. Het betekent wel dat ik nu met de beplanking kan gaan beginnen, en inmiddels is de eerste plank gelegd. ![]() Dat geeft zo’n zelfde gevoel als de eerste steenlegging van een nieuw huis: eindelijk is het zover en gaat het echt gebeuren. Het beplanken zelf vind ik een leuke activiteit, maar het vreemde is dat je bij elk schip het gevoel hebt dat je het weer moet leren. Dat komt natuurlijk omdat je het eigenlijk niet zoveel doet. Ik ben nu zo’n drie jaar bezig, en dit wordt pas mijn vierde romp. Daarbij komt nog dat het allemaal verschillende rompen zijn, die allemaal hun specifieke kenmerken hebben. De Rotterdam bijv. heeft een platte bodem, terwijl alle eerdere rompen een uitstekende kiel hadden. Ook de vraag: waar te beginnen wordt verschillend beantwoord. Bij “klassieke” modellen zoals de Victory wordt meestal begonnen bij de kiel om daarna naar boven te werken. Bij de beide Mantua modellen (Amerigo Vespucci en Mississippi 1970) werd bovenaan begonnen. Toen ik daarover een beslissing moest nemen heb ik een typisch Hollandse keuze gemaakt: ik begin niet onder, ik begin niet boven, ik begin gewoon in het midden. Even off-topic : Een soort variant op de uitspraak van onze Tweede Kamer clown Rita Verdonk: “ik ben niet rechts, ik ben niet links, ik ben rechtdoorzee” (of bedoelde ze nou toch stiekem rechtsdoorzee?). Ik vind het overigens wel jammer dat het niet echt wil klikken tussen haar en Geert Wilders, hadden we toch waardige opvolgers voor Bassie & Adriaan en voor Peppi & Kokki gehad!! Ik heb het begin zo gekozen dat ik start bij een van de “inhammen” in de stapeling aan de voorkant. Verder heb ik het verloop van de lat zo gekozen dat ik naar boven toe met latten van constante breedte kan blijven werken, afschuiningen komen alleen aan de onderkant. Door eerst naar boven te gaan werken breng ik een tweede veelvoorkomende eigenschap in de praktijk: de problemen voor je uitschuiven. Het voordeel is wel dat ik het beplanken eerst weer een beetje in de vingers kan krijgen voordat het echt moeilijk wordt: een verantwoorde manier om problemen voor je uit te schuiven dus (wat een prachtige parallel met de actuele politiek, alleen ben ik een alleenheerser en heb niets met enige oppositie te maken). Het lindehout is overigens van goede kwaliteit, strak geschaafd, vormvast en zonder S-bochten. In 1,5 mm is het best wel stug, maar in mijn geval uiterst geschikt. Ik heb geen nauwe bochten omdat ik die met de “stapelingen” al gemaakt heb. Overigens valt me elke keer weer het enorme kwaliteitsverschil op tussen latten in een kit en latten die je los koopt. Vooral bij de Mantua boten (in het bijzonder de Mississippi) was dat soms droevig gesteld, maar ik geloof dat ik daarover eerder al genoeg gezeurd heb. Het zij zo. Met het pasmaken van de eerste plank werd ik nog eens geconfronteerd met het verschil tussen bouwkits en scratchbouw. De latten zijn 1 m lang, en jawel ik had 101 cm nodig. Als ik eraan gedacht had, had ik vrij eenvoudig ervoor kunnen zorgen dat ik geen latten langer dan 1 m nodig had, maar ja: als….. Nu is het eigenlijk helemaal geen probleem. Midscheeps zijn er hele stukken die recht lopen, dus niet onder spanning staan. Dan kan je gemakkelijk twee latten met een dubbeling verbinden. ![]() Het is wel belangrijk dat je dat op een plaats doet waar de latten geen kromming hebben, anders ga je dat toch zien. Zo’n oplossing met een dubbeling is veel beter dan de latten bij een spant te laten samenkomen, een knik is dan al snel te zien. Dit is natuurlijk gesneden koek voor de ervaren “beplanker”, maar je wilt niet weten wat voor stomme fouten ik de eerste keren maakte (en nog wel maak). Inmiddels zitten er een paar meer planken op (ik wissel het af met dit verslag, het moet ook af en toe drogen), en dan word je soms wel een jaloers op de bouwers die dit allemaal met grotere stukken triplex doen, om het later af te werken met plamuur en/of polyester. Deze “grote halen snel thuis” methode (klinkt misschien denigrerend, maar is beslist niet zo bedoeld) heeft natuurlijk zijn voordelen, maar ik blijf het toch maar op deze ouderwetse manier doen. Geeft gezien de langere bouwtijd thuis ook wat meer rust. Als ik wat verder ben zal ik weer wat foto’s plaatsen. Voor ik afsluit nog even iets over mijn activiteiten in de voorbije “wachtperiode”. Op het forum heb ik al gemeld dat ik bij het plannen van de dekhuiswanden fouten in de tekeningen tegenkwam, en daarom naar het Maritiem Museum in Rotterdam ben geweest. Ik zal dat verhaal hier niet herhalen, maar ondertussen heb ik de tekeningen van de buitenste dekhuiswanden uit de scans van de microfiches samengesteld en bij een printshop laten printen. Hieronder heb ik ze even aan de muur gehangen. ![]() Deze zijn op halve grootte geprint, want de werftekeningen zijn voor gebruik op de werkvloer extra groot uitgevoerd, maar voor mij niet hanteerbaar (de grootste is oorspronkelijk meer dan 3 meter lang!). Voor buitenwanden van het promenadedek, boven-promenadedek, en bootdek heb ik nu wel alle informatie, maar ik ben ook nog op zoek geweest naar de tekeningen van de rest van de dekhuiswanden. Daar liep ik echter vast door het ontbreken van een fatsoenlijke index van de in totaal 11000 microfiches. Ondertussen heb ik bericht van het museum dat ze op zoek zijn naar een index, en daar hoop ik in de loop van deze week iets van te horen. Tot de volgende keer maar weer, Ad Bakker |
20 september 2009 geplaatst om 17:51 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:23 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 5)De vorderingen zijn niet spectaculair, maar toch even een update. De eerste beplanking is klaar: ![]() De plank die de romp aan de bovenkant afsluit ligt los, op de foto hieronder ernaast gelegd. De bedoeling is om deze plank als basis voor de dekopbouw te gebruiken, zodanig dat deze los van de rest van het schip gebouwd kan worden. Ik wil dat graag omdat de romp als deze afgewekt is erg kwetsbaar wordt, en de kans op beschadiging daarom groot is. ![]() Over het algemeen ben ik niet ontevreden. Hier en daar zijn er best wel onregelmatigheden, maar die zijn zo te zien met goed schuren wel weg te werken. Het is min of meer gelopen zoals gepland. Vanaf de eerst geplaatste lat (ongeveer halverwege) naar boven toe gewerkt met volle, niet afgeschuinde latten. Naar beneden toe bleek vanaf het begin dat de te beplanken lengte t.p.v. de hoofdspant ongeveer twee keer de lengte aan de voor en achterkant was. Dus die latten steeds ongeveer afgeschuind tot halve breedte. Op het eind kwam dit redelijk goed uit, in ieder geval heb ik voor de totale beplanking alleen latten over de volle lengte gebruikt, dus geen z.g. stealers of andere kunsgrepen nodig gehad, Ter voorbereiding voor de tweede beplanking nu eerst schuren. Des te vloeiender deze ondergrond, des te beter kan de tweede laag aangebracht worden. Die is maar 1 mm dik, dus de correctiemogelijkheden zijn wat minder. Voor het schuren word ik jammer genoeg weer verbannen naar het terras (als het weer het toelaat) of naar de berging in de parkeergarage. Schuren op mijn hobbykamer is uit den boze. Als mijn vrouw maar een geluid hoort dat daar op lijkt springt ze bijna op tilt. Ik begrijp dat best wel, want bij mijn eerste boot was ik wel gaan schuren in mijn hobbykamer, en dat heeft me een aantal uren strafcorvee gekost in de vorm van het hele appartement stoffen. Toen ik met schuren begonnen was kwam ik op het idee om eerst één kant helemaal af te maken, om dan het verschil te laten zien. Hieronder is één kant vrijwel afgeschuurd. Er zijn nog wel wat kleinigheden, maar over het geheel genomen begint het erop te lijken. Qua tijd viel het nog wel mee, zoals hij er hieronder bij ligt heb ik ongeveer 2 uur geschuurd. ![]() ![]() Nu dus de andere kant dezelfde behandeling geven, en dan is hij klaar voor de tweede beplanking. Toen ik de latten voor de eerste beplanking binnen kreeg schreef ik dat ik maar hoopte dat de notenbomen voor de tweede beplanking ondertussen wel gekapt waren. Ik begin nu echter te twijfelen, want ik heb nog steeds niets gehoord. Bellen dus maar weer, maar of dat helpt waag ik te betwijfelen... Als het nog langer duurt kan ik wel vast aan de voorste en achterste dekken beginnen. Die moeten toch geplaatst worden voordat de tweede beplanking aan de bovenkant helemaal afgemaakt kan worden. Het voor-(promenade)dek is wat dat betreft niet zo’n probleem, hoewel de aansluiting tussen de tweede beplanking en de later aan te brengen voorplecht/verschansing (die ik van 1 mm kunsstof denk te maken) best wel een precies karweitje wordt. Achter is een heel ander verhaal. Onder het promenadedek (het niveau van de losse plank, hier komt ook het buitenzwembad) komen nog twee overdekte dekken, het onderpromenadedek (was bedoeld als ontspanningsruimte voor de bemanning) en het hoofddek, een technische ruimte met bolders en kaapstanders voor aanlegtrossen. Om die dekken komt beplating met grote openingen (nou groot, op schaal zo’n 9 mm hoog), die ik ook van kunststof denk te maken. Omdat die dekken overdekt zijn, en het niveauverschil tussen de dekken maar 13,3 mm is kom je daar natuurlijk nooit meer bij. Dat betekent dus dat deze dekken volledig afgewerkt moeten worden voordat ze door het bovenliggende dek worden afgesloten. Daarna kan de buitenbeplating pas geplaatst worden, die dan nog goed passend gemaakt moet worden met de onderliggende beplanking. En als dat gebeurt is kan het geheel pas afgeschuurd en geverfd worden. Ik moet daarom nog eens goed piekeren hoe ik dat precies ga aanpakken. Maar ja, dat duurt nog wel even. Eerst nog een paar uurtjes schuren, dan zien we wel verder. Tot de volgende keer maar weer. Ad Bakker |
1 oktober 2009 geplaatst om 22:53 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:24 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 6)Niemand zo veranderlijk dat een modelbouwer, zal ik maar zeggen. De vorige keer heb ik veel aandacht besteed aan mijn problemen met het krijgen van de latten voor de tweede beplanking. Paniek, want er dreigde een bouwstop. Eindelijk had ik wat planken geritseld, en wat is nu het resultaat: zo’n 10 dagen verder, en nog geen plank gelegd. Maar dat betekent niet dat ik stil gezeten heb, integendeel. Ik heb alleen mijn planning veranderd. Toen ik met de bovenste kant van de tweede beplanking wilde beginnen (de eerste plank stond nog net niet in de lijm, maar was wel al pas gemaakt) kwam ik tot de conclusie dat er zoveel interacties met de dekken was, dat het misschien toch beter was om daarmee te beginnen. Misschien had ik dat onbewust steeds uitgesteld, omdat ik twijfelde hoe ik dat zou aanpakken, met name het goed aanbrengen van de zeeg. Toen toch maar de knoop doorgehakt, en hieronder het uiteindelijke resultaat, waarbij het volledige promenadedek is aangebracht. ![]() Het voordek ligt nog los en moet qua aansluiting op de romp nog op maat gemaakt worden. Ook de achterdekken liggen nog los, want zoals ik de vorige keer al uitgelegd heb moet de complete inrichting van de twee overdekte dekken eerst klaar gemaakt worden. Hieronder is goed te zien wat dat inhoudt. ![]() Ik ben er nog steeds niet helemaal uit hoe ik dat ga aanpakken. In een forumdiscussie over de (geplande) bouw van de Titanic van Revell, gaf ik aan Sander het advies: “eerst denken, dan doen”. Maar ik denk wel eens dat ik zelf aan dat denken wel erg veel tijd besteed (je zou het ook besluiteloosheid kunnen noemen...). Maar over wat ik dan wel gedaan heb ben ik niet ontevreden. Het inbrengen van de zeeg was een behoorlijk tijdrovende bezigheid, maar het is wel gelukt. Ik heb daarbij besloten om het dek in lengterichting in secties op te delen. Per sectie is het dek recht, waarbij de helling gelijk is aan de gemiddelde zeeg voor die sectie. Ik heb dat gedaan om het opbouwen naar de hogere dekken te vergemakkelijken. Als de hoogte van de wanden die op het dek geplaatst worden goed constant is, krijgt elk hoger dek (dat op dezelfde manier in secties is verdeeld) exact dezelfde zeeg als het promenadedek. De secties zijn kort genoeg gekozen om geen zichtbare knikken in het dek te krijgen, en als ik er zo langs kijk zie ik ook niet dat het is opgebouwd uit rechte stukken. De grenzen tussen de secties zijn daarbij zo gekozen dat ze overeenkomen met de plaats van expansievoegen in de wanden van de dekopbouw. De deksegmenten zijn van 1mm berkentriplex. Dat is zodanig flexibel dat je het voldoende steun moet geven, anders veert het bij de minste druk mee. Dat betekent dat ik om de ca. 3 cm een steun wilde hebben, waar de secties tussen de 12 en 15 cm lang zijn. Nu is de helling maar klein, variërend tussen 0,8 en 10%). Dat betekent dus dat de vulstukken die je om de ca. 3 cm wilt plaatsen, akelig nauwkeurig in hoogte moeten zijn. Omdat ik dat niet zag zitten heb ik dat anders aangepakt. Achtergrond is dat je veel nauwkeuriger kan meten dan je iets kan maken. Ik heb een hele voorraad aan resthout/latten van vorige boten, met een behoorlijke variatie aan diktes. Wat ik dus gedaan heb is de dikte van een lat gemeten, en toen berekend waar die zou moeten komen en hem daar dan ook vastgezet. Als ik een bepaalde dikte niet bij benadering had kon ik die meestal wel krijgen door er twee op elkaar te lijmen (eerst lijmen, dan de dikte meten, en dan de plaats berekenen. Het resultaat was een bont geheel, zoals hieronder wel te zien is. ![]() Maar daar lig ik niet wakker van, want met de dekken erop gemonteerd zie je er niets meer van. De middensecties zijn allemaal gemonteerd op de losse plank, die ik al eens eerder de “dekbasis” genoemd heb, geloof ik. Hieronder is die sectie van de romp gescheiden. ![]() Het resultaat is nu dat ik het hele project vanaf nu kan opsplitsen in twee deelprojecten, die verder volledig parallel uitgevoerd kunnen worden. Als eerste de romp: achterdekken, tweede beplanking en vervolgens nog een heleboel afwerkingszaken (ankerkluizen, stabilisatoren, schroefasconstructie, roer, om over het verven/spuiten maar te zwijgen). Het tweede project is dan de volledige dekhuisconstructie, met alles wat daarbij komt kijken (niet teveel aan denken wat allemaal, want dan gebeurt er helemaal niets meer), wat dus volledig gescheiden van de romp kan gebeuren. Die splitsing tussen romp en dekhuizen lijkt een voordeel, maar de praktijk moet nog leren of het ook zo werkt. Nadeel is daarbij dat ik een man ben, want vrouwen schijnen veel beter te zijn in het parallel uitvoeren van een veelheid aan taken. En, als ik dat op mijzelf betrek geloof ik dat dat wel waar is. Ook in mijn vroegere werk had ik daar wel eens problemen mee: de neiging om je volledig te focussen op de dingen die je leuk vond, en de minder leuke dingen voor je uitschuiven. Maar wie weet, je bent nooit te oud om nieuwe vaardigheden aan te leren. Tussen de bouwactiviteiten ook nog een paar keer naar het Maritiem Museum geweest. Het begint er een beetje op te lijken alsof je door een soort ballotage moet. Ik ben er nu achter dat er ook CD’s zijn met de tekeningen. Kopieën daarvan maken lijkt (vooralsnog) niet te mogen, maar ik kan wel een afspraak maken om ze in te zien, en door mij gekozen tekeningen tegen een redelijke vergoeding te laten printen. Die afspraak met de assistent-conservator ga ik komende week zeker maken, dan hoop ik ook te weten te komen waarom een papieren kopie wel kan, en een elektronische niet. Het probleem is namelijk dat als ik bezig ben met plannen/tekenen, ik me bedenk dat ik die of die tekening zou willen zien. Nu moet ik dat opsparen door een lijstje te maken, en dan weer naar het museum (na het maken van een afspraak) moet gaan. Het zou wel erg makkelijk zijn als ik die CD’s gewoon in huis had, maar ja, je moet roeien met de riemen die je hebt. Resultaat is wel dat ik naast de twee eerder genoemde projecten ook nog een “tekeningen project” heb lopen. Ik zou bijna willen dat ik een vrouw was........... Volgende keer dus de stand van zaken van drie projecten. Tot dan, Ad Bakker |
10 oktober 2009 geplaatst om 23:36 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:25 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 7)Nou, bouwverslag? Ik durf het eigenlijk niet zo te noemen, want het is meer een “testrapport” geworden. Ondanks dat vind ik het interessant genoeg om er een aflevering aan te wijden. In de eerste plaats: de tekeningen. Op het forum heb ik al gemeld dat mijn bezoeken aan het Maritiem Museum een groot succes waren. Het bleek achteraf geen enkel probleem om de CD’s naar mijn memory stick te kopiëren, en dat is nog veel sneller ook dan een CD branden. De eerste keer bleek mijn memory stick (4Gb) maar iets van 6 CD’s aan te kunnen (logisch natuurlijk, maar ik wist niet dat dit wel mocht). De tweede keer had ik een USB hard-disk bij me (1Tb, kan je zo’n beetje de hele Nederlandse vloot op opslaan), dus toen was dat geen probleem meer, en heb ik alle (32) CD’s overgenomen. In totaal zo’n 16Gb, dus niet alle CD’s waren “vol”. Dus, voor zover ik nu kan overzien is dit “deelproject” afgesloten. De vorige keer schreef ik dat de bouw nu uiteen valt in twee deelprojecten: de romp en de dekopbouw. Wat ik toen nog niet helemaal besefte dat er een tweetal problemen zijn die bij beiden spelen. Dit zijn de opengewerkte huiddelen ter plaatste van het achterdek (tussen de overdekte dekken) en de opstaande voorplecht, die ik beide op een gelijke manier als de dekopbouwwanden wil maken, en de met teakhout beklede dekken, die zowel op delen van de “vaste” dekken (voor en achter) als op sommige dekken die op de dekopbouw komen. Om niet voor verrassingen te komen staan wil ik ook die zaken eerst goed uitgezocht hebben. Over de dakopbouwwanden zat ik al langer te piekeren, op het forum heb ik ook al eens geïnformeerd hoe ik dat (met een paar honderd raampjes van zo’n 4x8 mm) het best zou kunnen maken. Het oorspronkelijke plan om dun berkentriplex te gaan gebruiken heb ik al snel laten varen, het maken van de raamopeningen op een goede reproduceerbare manier lukte me gewoon niet. Op het forum werd ook gesuggereerd om kunststof plaat te gebruiken, is nog veel goedkoper dan berkentriplex ook. Dus ook daar wat proefstukjes mee gemaakt. Aanvankelijk leek het wel wat te worden, maar na een aantal raamopeningen op een rij was ik er toch niet blij mee. Te veel variatie bij het uitsnijden/steken tussen de in de hoekpunten geboorde gaatjes (in werkelijkheid zijn de hoeken ook afgerond). Dat was een week geleden zo’n beetje de stand van zaken. Toen kwam ik op internet een verslag van een modeltreinbouwer tegen, die allerlei kleine dingen via foto-etsen van messing plaat maakte. Natuurlijk ken ik dat uit de modelkits die ik al gebouwd heb, maar ik had me nooit gerealiseerd dat je dat ook zelf kan doen. Na wat gericht surfen bleek dat deze techniek wel meer in de modelbouw wordt toegepast, ook bij schepen. Alleen kom je het niet veelvuldig tegen, wat me enerzijds verbaast (op grond van mijn ervaringen hieronder), anderzijds is het wel erg arbeidsintensief en moet je toch wel weer wat dingen aanschaffen, waarbij ook het verbruiksmateriaal niet al te goedkoop is. Toch maar de stap gewaagd, en de volgende spullen aangeschaft: -plaatje 0,2 mm dik messing, -verticale etstank met verwarming en luchtpomp, -spuitbus fotolak (positief), -ontwikkelaar (poeder). -etsvloeistof (poeder), -geduld, maakt niet uit,vast, poeder of vloeibaar, als het maar veel is en niet verdampt. Verder heb je nog een UV lichtbron nodig, maar daarvoor had ik nog een zonnebank “in de mottenballen”. Toen begonnen met het maken van een proefstukje. Ik heb hiervoor een lengte dekopbouw gekozen, met hoogte en ramenafmetingen die overeen komen met mijn schaal 1:200. Deze tekening op transparant afgedrukt. Meestal wordt er gezegd dat je dit met een laserprinter moet doen, maar ik ben maar een arme inktjet bezitter dus heb ik daar toch mee gedaan. Wel het door de fabrikant aanbevolen transparant gebruikt. Was overigens in dit beamer tijdperk nogal lastig te krijgen bij de lokale middenstand. Als je tegen een jongere medewerk(st)er zegt dat het overheadvellen zijn kijken ze je aan alsof je een oneerbaar voorstel doet. Uiteindelijk toch gevonden (peperduur, maar dat heb je met “zeldzame” spullen), en afgedrukt. Hieronder het al gevouwen velletje. ![]() Het vouwen moet erg precies gebeuren, want de te belichten (doorzichtige) helften moeten zo exact mogelijk tegenover elkaar liggen. Ik heb namelijk besloten om tweezijdig te etsen. Enerzijds bekort dit de etstijd, maar belangrijker nog, het vermindert de mate van onder-etsing. Dat is de groei van het etsoppervlak evenwijdig aan het plaatoppervlak, bij éénzijdig etsen is dat ongeveer de plaatdikte bij tweezijdig globaal de helft. Bij het plaatsen van dit verslag kreeg ik de waarschuwing dat het telang was, en ingekort moets worden. Hieronder dus het vevolg. |
28 oktober 2009 geplaatst om 00:42 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:25 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 7- vervolg)daar zijn we weer... Het plaatje messing (op maat gesneden, snijranden goed afwerken/afbramen) Moet dan ingespoten worden met de UV-gevoelige lak. In alle adviezen die ik kon vinden moet dit horizontaal/liggend gebeuren. Natuurlijk ook zo gedaan, maar het resultaat was slecht, ook na diverse keren herhalen (op zich gemakkelijk, gewoon weer schoonmaken met aceton). Elke keer vormden zich eilanden die niet in elkaar vloeiden. Toen toch maar vertikaal/staand geprobeerd, en jawel het vloeide nu wel uit. Aan de onderkant wel goed absorberend tissue gelegd (zeg maar de betere kwaliteit wc-papier), anders hoopt de afdruipende film zich aan de onderrand op. Dan het belichten. De adviezen daarover zijn nogal vaag, wat natuurlijk komt door de grote variatie in omstandigheden (sterkte UV-lamp, oud of nieuw, afstand tussen lamp en preparaat). Daarvoor had ik eerst een proefstrookje gemaakt, en dat volgens de meeste adviezen 1,2,3,4,5 en 6 minuten onder de gezichtsbruiner van de zonnebank belicht. Toen ik dat ging ontwikkelen zag ik één groene waas, en daarna puur messing. Belichting bleek dus véél te lang. Toen maar onder de “gewone” zonnebanklampen gelegd, en nog een geprobeerd met dezelfde belichtingstijden. Het ontwikkelen ging toen veel langzamer, maar toch verdwenen alle grenzen tussen de verschillend belichte delen. Alleen de grens tussen het 1 min belichte deel en het totaal onbelichte deel was wel scherp. Toen maar besloten dat een belichtingstijd van rond de 40 seconden goed moest zijn (te ongeduldig om nog een proefstrook te maken, waar ken ik dat van). Daarna het plaatje tweezijdig 40 seconden belicht en ontwikkeld. Er waren wat “onbedoelde” plekken doorontwikkeld, maar in bijna alle gevallen was dat op grotere vlakken, en daar zijn deze gemakkelijk met een beetje (zwarte) verf aan te tippen/klodderen (uitgeprobeerd: gewone “hobby” acryl verf wordt door het etsmiddel niet aangetast). Op één zichtbaar plekje op één van de horizontale raamspijlen. Ik heb geprobeerd dat uitest voorzichtig met een 000 penseeltje bij te werken. ![]() Op zich zag het er goed uit. Nog eens goed nagelopen en waar nodig bijgeverfd (met name de randen). En toen in de etsbak. ![]() Aan de hand van een eerder proefje (komt nog in een verslag hierna) dacht ik dat de etstijd ergens tussen 30 en 40 minuten zou moeten zijn. Dus ik na een half uur kijken, wachten, kijken, en jawel, na ongeveer 35 minuten zag je de eerste gaten vallen (allemaal aan de bovenrand van de openingen. De ramen waren toen vrij snel hellemaal doorgeëtst, maar een gedeelte van de onderrand wilde maar niet komen. Dat heeft uiteindelijk (totaal) 70 minuten geduurd, en het (“vuile”) resultaat is hieronder te zien ![]() Na schoonmaken zag het er al een stuk beter uit, en op zich was ik niet echt ontevreden. Hieronder heb ik de koningin erboven gelegd. ![]() Te zien is dat de langzaam doorgeëtste onderrand nog steeds rafelig is. Verder zijn er wat oppervlakte etsvlekken te zien, en zijn horizontale raamstijlen wel erg dun geworden. De linker twee zien er zelfs wat vervormd uit (onvoorzichtig geweest?). Het gecorrigeerde (meest linkse) spijltje zit er wel nog in. Gezien de lange etstijd ben ik tot de conclusie gekomen dat de onderste band aan één kant niet volledig ontwikkeld was, waardoor ik in wezen het plaatje éénzijdig geëtst had. Toen toch nog maar een tweede plaatje gemaakt, met de volgende verschillen -belichting 60 seconden (vanwege de niet doorontwikkelde baan), -nog beter gelet op onvolkomenheden en die rijkelijk aangetipt. -het plaatje tijdens het etsen een aantal malen omgekeerd. Toen dit in de etsbak ging werden de eerste gaatjes na ongeveer 35 minuten zichtbaar, en was alles na 40 minuten scherp doorgeëtst. ![]() Toen ik dit zag was mijn eerste impuls: de vlag uitsteken. Maar al snel maakte mijn vrouw bezwaren, en besefte ik dat wij geen vlag, vlaggenstok, en vlaggenstokhouder hebben. Daarnaast gelden in ons appartement strenge regels met betrekking tot vlaggen, dus heb ik het maar bij een uitbundige kop koffie gehouden. Overigens, de secretaris van de koningen belde nog wel om te zeggen dat ze zeer vereerd was, maar toch liever boven de tweede foto had gestaan. Maar ja, gedane zaken nemen geen keer........ Als volgende probleem (ik zie ook altijd beren op de weg, of moet ik in dit milieu praten over haaien in het zwemwater) zag ik het buigen. Aan de voorkant zijn de beraamde dekwanden gekromd, op het bovenpromenadedek zelfs vrij stevig. Na wat aarzelen gewoon maar geprobeerd met het eerste proefstukje. Simpel voorzichtig met de hand, en wat merkte ik tot mijn verbazing: de beer/haai was verdwenen, want het buigen ging soepeltjes. ![]() Het kan altijd nog wel beter, maar ik ben uiterst tevreden met het resultaat. Als alle dekwanden kunnen worden als de tweede proef, dan teken ik daarvoor. Voornaamste vijand is denk ik slordigheid. Zo, een positief besluit aan dit verslag. Maar jullie (en ik uiteraard) zijn nog niet af van deze chemische tak van sport. Hierna komen (denk/hoop ik) nog twee toepassingen aan bod. Daarover later, voor nu was het weer lang genoeg. Groet, Ad Bakker (reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen", zie handtekening) |
28 oktober 2009 geplaatst om 00:44 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:26 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 8)Vandaag leuke reacties gehad op mijn etsavontuur, werkt altijd stimulerend, hoewel mijn vrouw soms denkt dat ik al een overdosis heb gehad. Ik had al beloofd dat ik nog een tweetal toepassingsmogelijkheden wilde onderzoeken. Vandaag de eerste: de beplankte dekken. Daarover moet ik ook al snel een beslissing nemen, want het overdekte onderpromenadedek (ontspanningsruimte voor de bemanning) is ook “beplankt”, evenals delen van andere dekken met teakhouten planken. Als je het tenminste nog planken mag noemen, het zijn eerder balken. Uit de RDM informatie haal ik een dikte van ruim 5 cm, maar de breedte kan ik nergens vinden (komt waarschijnlijk omdat dit uitbesteed is geweest aan een timmerbedrijf). Van een paar foto’s waar details op staan waarvan ik de afmetingen wel weet, en het aantal plankbreedten kan tellen, kwam ik gisteren op een breedte van 10 cm. Dit lijkt me smal, en terecht want vandaag kwam ik erachter dat ik me vergist had, en inmiddels is dat 14 cm geworden. Jammer genoeg zal het nog wel even duren voordat ik het ter plaatse kan opmeten. Een breedte van 14 cm komt voor mij op 0,7 mm uit (gisteren dacht ik nog 0,5 mm, maar het blijft smal). Met mijn vaardigheden zie ik me dat met houtfineer niet doen. In dat opzicht (en nog vele meerdere) volg ik trouwens met bewondering het bouwverslag van de Willem Ruys van Jan de Beer (Opa Jan), maar hij bouwt 1:100 en heeft fineerlatten van 1,5 mm breed gebruikt (klopt dus wel!). Nog eens een factor 2 kleiner is volgens mij tot mislukken gedoemd. De “oorspronkelijke” modelbouwer van de Rotterdam gebruikte gewoon gekleurd dik papier waarop hij lijntjes trok met een onderlinge afstand van 0,75 mm (klopt dus weer). Mijn oorspronkelijke plan was om dat ook te doen, maar nu natuurlijk met de printer, maar echt enthousiast kon ik er niet van worden. Toen ik mijn eerste etsresultaten zag, en verbaasd was over de fijnheid daarvan, kwam ik op het idee dat dit misschien ook een idee was voor het dek. Een tekeningetje en transparant afdruk waren zo gemaakt. Daarbij heb ik een drietal variaties toegepast: plankbreedte 1 mm met een lijndikte/voegbreedte van 0,1 mm, dezelfde breedte met een lijndikte van 0,05 mm, en een plankbreedte van 0,5 mm met een lijndikte van 0,05 mm (ik dacht toen nog dat die laatste mijn “streven” was). Proefplaatje ingespoten, belicht, ontwikkeld en geëtst (éénzijdig uiteraard), met dezelfde details als gisteren, dus daar ga ik niet meer op in (ik wil niet weer op twee delen uitkomen). Alleen de tijdsduur aangepast naar een kwartier, wat op een etsdiepte van zo’n 0,04 tot 0,05 mm zou moeten uitkomen. Hieronder het plaatje na etsen en schoonmaken. ![]() Zeker gezien de snelheid waarmee ik alles had gedaan viel het resultaat niet tegen. Met name de dunne voegen van 0,05 mm komen nog goed zichtbaar eruit. Je wilt de voegen dan natuurlijk een beetje accentueren, en het dek de juiste kleur geven. Mijn idee was om het geheel eerst te spuiten met een oplosmiddel rijke verf. De juiste kleur had ik natuurlijk niet bij de hand. Dat wordt trouwens nog moeilijk, want teak is geen RAL-kleur, het kent vele variaties tussen bruinachtig geel en geelachtig bruin. Hoe het er oorspronkelijk uitzag heb ik nog niet kunnen vinden (maar dat komt nog wel), en hoe het er een paar maanden geleden uitzag is geen referentie (ontzettend smerig dus). Wel had ik nog een spuitbus in koperkleur. Wel vreemd natuurlijk want het verschil met de messing achtergrond is minimaal. Toen ik het plaatje inspoot heb ik er een wit vel achter gelegd om zeker te zijn dat er voldoende dekking was. Voor de voegen had ik dan gedacht om het plaatje “in te wassen” met een zwarte verf op waterbasis. Deze wordt dan geacht de ondergrond die op oplosmiddel basis is niet aan te tasten. Ook dat had ik niet voorhanden, maar wel een potje zwarte textielverf op waterbasis. Daarmee het het oppervlak rijkelijk ingesmeerd en even later er weer afgeveegd, zoveel mogelijk dwars op de lengterichting van de planken. Omdat het geheel nogal glansde heb ik het daarna nog met een matte transparante vernis ingespoten (die had ik zowaar nog wel staan). ![]() Voor zo’n eerste testje niet slecht vind ik (hield me in, had mezelf bijna weer op een kop koffie getrakteerd). Het inkleuren van de voegen kan denk ik wel wat beter, inmiddels heb ik daar een gewone lak op waterbasis voor gekocht. Ook ben ik wat slordig geweest met de blanke lak, waardoor wat vlekjes zijn ontstaan. Kan nog wel beter dus. Als ik een definitieve keuze gemaakt heb over de kleur (ga ik de komende dagen naar op zoek) dan denk ik dat ik nog één wat groter proefplaatje maak met een plankbreedte van 0,7 of 0,75 mm (ook die research gaat door) en een voegbreedte van 0,05 mm. Wellicht kan ik nog kijken of ik het op dunner folie kan doen, daar twijfel ik nog over. Overigens zag ik op de foto’s dat de planken steeds over een kwart-lengte verspringen, zodat elke vierde kopvoeg op gelijke hoogte komt. Bij het proefje had dat elke derde plank gedaan, dat zal ik natuurlijk ook aanpassen. De derde etstoepassing loopt nog, dus dat komt een volgende keer. Groet, Ad Bakker (reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen", zie handtekening) |
28 oktober 2009 geplaatst om 23:39 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:26 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 9)Uit de vorige “etsverslagen” zou je kunnen concluderen dat alles op rolletjes gaat, en het een aaneenschakeling van successen is. Nou dat is niet de ervaring van de afgelopen dagen. De “deskundigen” (zowel bij de elektronicawinkel als op internet) blijven zeggen dat je het plaatje messing horizontaal moet leggen, en dat de fotogevoelige laag die er dan opspuit vanzelf uitvloeit. Verder raden ze aan na het schuren nog eens op te poetsen met staalwol 000, en schoon te maken met spiritus, of beter nog gedenatureerde alcohol (96%). Ik was het maken van proefstukjes een beetje zat. Daarom maar het masker voor het eerst te beplanken dek gemaakt, het overdekte achterpromenadedek, ofwel de ontspanningsruimte voor de bemanning. ![]() De beplanking is 0,75 mm breed en 3 cm lang (dus 15 bij 600 cm schaal 1:1), en de planken verschuiven telkens over ¼ lengte zodat kopse voegen elke vier planken terugkomen. De voegbreedte is 0,1 mm. Dit alles is bijna perfect op schaal. Tot hier ging alles nog op rolletjes, maar met het uitprinten op transparant begon de ellende. De fijne beplankingslijnen liepen vol, hoewel ik hetzelfde deed als daarvoor. Toen maar het bedrijfje benaderd waar ik ook al wat bouwtekeningen had laten printen, en die hadden geen enkel probleem om een enkele laserafdruk op transparant te maken. Maar toen ze dat deden bleek het ook al niet probleemloos te gaan. De zwarting van met name de vlakken was niet goed. En pas na veel uitproberen met allerlei instellingen kwam er iets uit dat bruikbaar leek. Ze hadden kennelijk ook nog een vervuilde drum, want er waren een paar vlekken die op elke afdruk terugkwamen. Door de print zo te maken dat de vlekken op plaatsen terechtkwamen waar ze geen kwaad konden was dit wel op te lossen. Wel een aandachtspunt voor de toekomst: werd dit veroorzaakt door de slecht onderhouden laser, misschien in combinatie met niet echt geschikte transparanten, of is dit een “structureel” probleem. De volgende stap (na het hierboven genoemde schuren en schoonmaken) was het opbrengen van de fotolak. Hier begon het drama dus echt. Na opspuiten leek het er even op dat het goed uitvloeide, tot het zich plotseling terugtrok van de randen. Nog wel geprobeerd door kantelen dit tegen te gaan, maar het eindresultaat was een zootje. Een aantal keren geprobeerd, met steeds hetzelfde effect. Op internet wordt gezegd dat dan je plaatje, met name de randen niet goed schoon waren. Nu vloeide bij mij de alcohol rijkelijk (werd een vrolijke boel dus) en ik kwam er absoluut niet meer met mijn vingers aan (dik tissue en rubber handschoenen voor het geval dat...). Nu las ik op een Engelstalige site dat je het plaatje vlak voor het inspuiten ook nog eens kan aflikken, omdat dat heel goed ontvet. Ik voelde daar een zekere weerstand tegen, en heb dat dus maar niet uitgeprobeerd. Resultaat was wel dat ik met mijn handen in het haar zat (eerst handschoenen uitgedaan en gewassen hoor, ik wil niet met haarverven experimenteren). Ik dacht allemaal verbeteringen aangebracht te hebben, en het resultaat werd alleen maar dramatisch slechter. Teneinde raad maar weer teruggegaan naar het vertikaal plaatsen van het plaatje. Als ik de verhalen lees is dat zoiets als vloeken in de kerk in Etsiopië (en dat schijnt daar nog strafbaar te zijn ook). En eigenlijk begrijp ik dat niet, want je komt ook verhalen tegen dat men het plaatje op een sneldraaiende draaischijf aanbrengt. De vloeistof wordt dan naar buiten gestuwd, en het teveel wordt van het plaatje geslingerd Hoe het dan met de binnenrand zit begrijp ik ook niet, maar ook bij de elektronicawinkel zeiden ze dat zij klanten hadden die dat toepasten. Nu heb ik al eens laten weten dat ik een chemisch analfabeet ben, maar met mijn natuurkundekennis is dacht ik niets mis. Met het ronddraaien creëer je een kunstmatige zwaartekracht evenwijdig met het plaatoppervlak, die toeneemt met de rotatiesnelheid (vraag maar aan astronauten). In wezen is dit dus hetzelfde als het plaatje vertikaal zetten in een instelbaar zwaartekrachtveld. Maar goed, die draaitafel leek me niets (weer een hulpstuk in elkaar knutselen, en hat aantal zijpaden is al zo groot...IK WIL BOUWEN!!!!). Maar goed, het resultaat was te vergelijken met mijn eerdere proefplaatjes, en op de randen (± 1 cm) na was het redelijk egaal. De feeststemming keerde weer terug in huize Bakker, en na een mok koffie (was bijna Irish koffie door de vele alcohol) het sjabloon nauwkeurig aangebracht, en 1 minuut onder de zonnebank gelegd. Wat nu volgt had ik waarschijnlijk niet gemeld, als het ook geen gevolgen had gehad voor het verdere verloop. Toen ik het belichte plaatje in de ontwikkelaar legde leek alles aanvankelijk goed te gaan, tot ik het plaatje omdraaide: daar was echt alles wegontwikkeld. Achteraf denk ik dat aan deze kant de fotolaag nog onvoldoende gedroogd was. Ik kan dat niet goed meer terughalen, maar ben toch echt niet van plan dat nader te gaan onderzoeken. Het plaatje gewoon weer met alcohol schoon gemaakt, en toen zag het er weer mooi glanzend uit. Dus gewoon weer (vertikaal) ingespoten en in de oven op 70º gedroogd (volgens de gebruiksaanwijzing is 15 minuten dan voldoende, nu maar een half uur aangehouden). Bij kamertemperatuur is dat 24 uur, en ben je met twee kanten dus 2 dagen verder, en dat vraagt iets te veel van mijn geduld. Toen weer ontwikkeld, en dat ging nu goed. Na het bijwerken (randen vooral) in het etsbad. Op grond van meen eerdere proefjes ongeveer 20 minuten. Daarna gespoeld en het beplankte gedeelte ingesmeerd met verf op oplosmiddelen basis. Toen weer in de etsbak tot de randen volledig doorgeëtst waren. Na schoonmaken (het beplankte, gedeelte met thinner) hieronder het resultaat. ![]() Dit ziet er niet slecht uit, met uitzondering van links boven (rechts onder lijkt het ook niet helemaal goed, maar als ik het met een loep bekijk valt dat alles mee), daar is een rand waar geen voegen zijn, en waar dus het etsmiddel “geremd” is. Met de rest van het plaatje erbij kan ik reconstrueren dat de band die je links boven ziet een rand is die bij de eerste, mislukte poging wegontwikkeld was. De oplossing was waarschijnlijk geweest het plaatje na de mislukte poging opnieuw te schuren, behandelen met staalwol en tenslotte (wat ik nu alleen gedaan had) schoonmaken en ontvetten met alcohol. Blijft het feit dat ik het niet kan verklaren. Op de betreffende plaats was de eerste keer de fotolaag wegontwikkeld. Als ik het toen in de etsbak had gedaan was het daar weggeëtst, maar nu is het opnieuw ingespoten, belicht en ontwikkeld, en ik weet absoluut zeker dat de voegen daar weer goed wegontwikkeld waren. Maar ondanks dat heeft het etsmiddel daar niet gepakt. Als ik dit aan oud-medewerkers die veel geëtste preparaten maken voor microscopisch onderzoek, vertel lachen ze me waarschijnlijk uit hoe ik zo dom kon zijn. Vertel het ze dus maar niet, maar ik begrijp het echt nog steed niet (misschien via een linke omweg, en zo terloops mogelijk vraag ik het nog wel eens). Het is dus nog steeds geen onderdeel dat ik daadwerkelijk ga gebruiken, maar het komt dicht in de buurt. Het is wel een goed proefplaatje voor het definitief afwerken. Als eerste ga ik eens uitproberen wat Brandaris me op het forum adviseerde: de voegen vullen met donkere/zwarte verf op oplosmiddelenbasis, en dan behandelen met een lichte eiken beits op waterbasis. Ik heb weinig ervaring met beits, en ben benieuwd of de voegen dan nog goed zichtbaar blijven. Dit is de stand van zaken van dit moment. Ik ben aan de andere toepassing niet toegekomen, dat volgt dus nog. Wel ben ik (bijna) tot een besluit gekomen te stoppen met het zelf aanbrengen van de fotogevoelige laag: ik baal zo erg van dat gedoe daarmee dat ik een alternatief overweeg. Ik heb het al eerder over stof gehad. Tot nu toe heb ik dat enigszins kunnen beperken door absoluut niets anders in de berging te doen, dus nu al bijna twee weken niet gezaagd, geschuurd, geboord, geslepen enz. daar. Dan nog zie je ook op de foto hierboven wat sporen van stofdeeltjes. Er zullen er wel meer zijn, maar de enige fabrikant die ik heb gevonden en die messing (of oud zilveren) plaat met een dubbelzijdige UV gevoelige laag maakt is Bungard. In Nederland verkoopt Conrad dit in plaatjes van 200x240 en 200x280 mm. Voor een tweetal dekken is dit eigenlijk te klein, en zou het betekenen dat ik lassen moet gaan toepassen. Ik denk dat een hoop mensen dat niet zullen zien, maar voor mij zou het punt van ergernis zijn. En hoe vreemd het ook klinkt, je bouwt eigenlijk voor jezelf, en niet voor een ander. Ik heb nog een bedrijf gevonden die Bungard materiaal levert (MDA Elektronica, even zoeken – eerst naar “verbruiksmaterialen”, dan naar “stencils voor screenprinting”, wat bedoel je met moeilijk te vinden?) en dan in een afmeting van 50x100 cm. Ik heb eens uitgemeten, en bijna de helft van zo’n plaat ben ik al kwijt aan de beplankte dekken, de rest heb ik dan over voor de dekopbouw wanden en andere frutsels die ik ongetwijfeld nog ga verzinnen. Lijkt me wel wat, en heb ze een mailtje gestuurd wat de kosten zijn van op maat knippen tot voor mij handzame afmetingen. Dit had ik zaterdagmiddag gestuurd, en tot mijn verbazing zaterdagavond al een mail terug met antwoorden op wat andere vragen die ik gesteld had, en de toezegging dat ze maandag de knipkosten zouden nagaan. Goede responstijd dus, als de levering ook zo snel gaat kan ik bijna zonder vertraging weer aan de slag, zonder me in te hoeven houden met andere klussen in de berging. Ik sta bijna te trappelen van ongeduld..... Het was weer een heel verhaal, misschien ook wel om de frustraties van me af te schrijven. En ja, wie het te lang vindt moet het maar niet lezen. Deze keer hoef ik het niet meer te splitsen, want als een reactie op een vraag over de maximale lengte van artikelen, heeft Robert deze beperking verwijderd (ga nu dus testen of het werkt, want ik heb net gekeken en het is weer ruim boven de 10,000 woorden – nooit geweten dat ik zo snel kon typen). Tot de volgende keer maar weer, Ad Bakker (reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen", zie handtekening) |
1 november 2009 geplaatst om 17:38 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:26 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 10)Ik moet nu toch een echt gaan proberen bij de les te blijven.............. Waarom komt in de loop van dit verslag ter sprake. Dinsdag uiteindelijk de fotogevoelige messingplaat van 50x100 cm besteld. Moest speciaal besteld worden, inclusief het knippen (gebeurt ook bij Bungard) kost het nu bijna evenveel als bij Conrad, maar nu heb ik wel de voor mij gunstigere maten. Maar ik had nog wat “kale” messingplaat en ook nog een spuitbus Positiv 20 die niet leeg was. Toen maar eens gekeken wat ik daar nog mee kon doen, want wat doen wij Nederlanders? Inderdaad, wij zijn zuinig en maken keurig de restjes op (nou ja, keurig – kom maar niet in mijn werkkamer, en helemaal niet in de berging kijken). Toen maar eens gekeken wat de volgende meest logische bouwtoepassing hiervoor was. Daarbij kwam ik op de binnenste dekwanden van het voorste dekhuis op het promenadedek. ![]() Deze zijn hierboven groen aangegeven, de buitenste dekwanden (die pas veel later aan de beurt komen) rood. Globaal zijn dit de buitenwand van het auditorium/theater. Van de RDM schottekeningen uitslagen gemaakt, inclusief de plaats van deuren, ventilatieopeningen. Van deze uitslagen een sjabloon gemaakt. ![]() Hierin zijn ook de deuren opgenomen. De deuropeningen van deuren die normaalgesproken dicht zijn, en waarvan je maar één kant ziet, wil ik maar half (aan de voorkant) uitetsen en de deuren als een soort opdekdeuren daarin laten vallen. Met uitzondering van de deuren met glas, die openingen ets ik uit om later eventueel verlichting erachter te kunnen aanbrengen (nog steeds geen definitief besluit genomen, maar ik denk dat ik er toch voor ga).. De deuren naar het theater waren nog een apart verhaal, want ik kon ze in eerste instantie niet vinden. Dat bleek achteraf door de benaming in het tekeningenbestand: “architectendeuren”. Dat komt vanwege het feit dat de diverse openbare ruimten op het schip ontworpen zijn door ingehuurde (scheeps)architecten. En ook de deuren naar deze ruimten vielen onder dat ontwerp, vandaar de benaming. Ik had ze in eerste instantie over het hoofd gezien omdat ze in de lijst tussen allerlei andere deuren naar bemanningsruimten stonden. Terloops had ik wel eens gedacht: zouden ze ook een architect aan boord gehad hebben? Ja dus, maar alleen tijdens de bouw. Plaat ingespoten met de fotolak. Aan het einde van de tweede kant gaf hij de geest, wat een timing!!! Na het belichten van beide kanten de onduidelijke plekken (stofjes etc., maar ook de buitenranden)een verfje gegeven, en toen zag hij er zo uit: ![]() Op grond van mijn vorige ervaringen neem ik daarbij geen enkel risico, en zolang je maar niet te dicht bij de te belichten randen komt is daarbij niets aan de hand. Toen geëtst, waarbij het me steeds opvalt dat het etsen erg regelmatig gebeurt. Dat merk je aan het feit dat tijdsduur tussen het moment waarop je voor het eerst “gaten” ziet vallen (kan je heel goed zien als je er een (zak)lamp achter houdt) en het moment dat je denkt dat alle randen goed weggeëtst zijn (in dit geval resp. 33 en 35 minuten) relatief kort is. Daarbij keer ik het plaatje wel elke 10 minuten om, want bij mijn eerste etsproefjes was duidelijk te zien dat de bovenkant sneller gaat dan de onderkant. Na schoonmaken zag het plaatje er alsvolgt uit: ![]() Dit zag er goed uit, maar er moest natuurlijk wel weer wat aan mankeren. Op de plaats waar een wand een (rechte) hoek maakt had ik ook van één kant de vouwlijn ingeëtst, of ik moet zeggen willen hebben want ze zaten er niet in. Geen verklaring gevonden, ze zaten wel in het sjabloon. Volgende keer maar eens extra op letten, voor deze keer heb ik de vouwranden maar met een mes ingekerfd. Later gevouwen, en ging ook goed, maar bij inetsen weet je zeker dat de vouwlijnen op exact de goede plaats zitten. Nu zou je denken, ga hiermee verder, maar dat kon niet. De wanden kunnen niet zomaar op het dek gezet worden want dit dekhuis vormt weer de fundatie voor het bobenliggende bovenpromenadedek. Dat moet dus voldoende ondergrond hebben, in de vorm van een houtconstructie binnen deze wanden. Daar kon ik echter vandaag niet mee verder omdat het zondag is, en we hebben nu eenmaal de afspraak in het appartement dat we op zondag niet te veel herrie maken. Daar valt natuurlijk ook het gebruik van cirkel- en figuurzagen onder. En daarbij komt mijn openingsopmerking om de hoek kijken. Eerder hat ik al eens opgemerkt dat ik wel eens genoeg geëxperimenteerd had, en weer wilde gaan bouwen. Dat betekent natuurlijk niet dat je “aan de rand” van je bouwactiviteiten geen experimenten kunt doen. Dus dat had ik ook gedaan, en nu had ik dan toch weer een excuus om dat verder aan te pakken. Het was misschien al opgevallen dat de etsplaat ook nog wat vreemde kleine frutsels heeft. Hieronder een detail: ![]() Dit is een probeerseltje om de banken die op het onderpromenadedek staan (in een vorig verslag staat de tekening) bijna op exacte schaal te maken. Dat is wel heel erg klein, maar het is ook een uitstekend toepassing om te kijken hoe klein je kunt gaan (is later bijv. ook bruikbaar voor relingen, maar ook voor allerlei kleine details op dek en aan masten en schoorstenen). Op voorhand had ik gedacht dat ze volledig weggeëtst zouden worden, maar zoals te zien is is dat niet gebeurd. De dunne verbindingen tussen de bankvlakken zijn bedoeld als een soort afstandshouders tussen de (per bank drie) bankframes. Die moeten dan gevouwen worden, en in eerste instantie ging dat ook goed. Ik had de eerste helemaal in vorm gebogen, en dat zag er best goed uit, alleen had ik de verbindingslipjes met de plaat nog niet goed weggevijld, en toen ik dat wilde doen liep ik er even mee naar een kast om een vijltje te pakken, en daarbij is hij kennelijk uit mijn pincet gevallen waarmee ik hem vast had. Na een half uurtje zoeken (en ik heb toch echt geen hoogpolig tapijt op mijn werkkamer) opgegeven als “lost in action”. Bij de tweede (en de derde gelijk ook maar) de lipjes eerst weggevijld, en toen gaan vouwen. Kennelijk door mijn eerdere ervaring wat te ruw, want ze braken af. Wat ik nog wel overhield waren twee stoeltjes. Hieronder één daarvan, kaal gevouwen, en daaronder bedekt met een stukje in vorm gevouwen dik papier als zitting/rugleuning. ![]() ![]() Als je dat in je handen houdt wil je het bijna niet geloven: een stoeltje van ruim 3 mm diep en 5 mm hoog met spillepoten!!! (oorspronkelijk wilde ik beide foto’s combineren in één, de een zonder en de ander met dek, maar drie keer raden wat er met het andere stoeltje gebeurt is.......). Ondanks het feit dat er geen bank geproduceerd is, wat mij betreft een ongelooflijk positief resultaat. Dit biedt echt perspectief voor de toekomst. Maar ik zei al, ik moet bij de les blijven, en dus weer snel terug naar “echte” bouwactiviteiten. Ik wordt daar nu in geholpen door het feit dat mijn fotolak op is (en ik ga echt geen nieuwe kopen), en ook mijn messing plaatje bijna is opgebruikt. Dat wordt dus wachten op de bestelling. Volgens de verkoper zou dat een weekje duren, maar ik ken dat (overigens nog steeds geen kik over mijn notenhout voor de tweede beplanking van de romp). Wel hoop ik dat ik in mijn eentje geen “Bismarckiaanse” toestanden krijg, want ik ben in mijn eentje en heb geen medebouwerst om tegenaan te l*ll*n en mijn frustraties te delen. Maar voorlopig: morgen weer aan de slag. Tot de volgende keer. Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
8 november 2009 geplaatst om 23:11 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:27 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 11)Het is al weer even geleden, maar erg veel “tastbaars” is er eerlijk gezegd niet gebeurd. Om maar positief te beginnen: het nieuwe messingplaat met fotogevoelige laag was precies na een week binnen. Dat verbaasde me wel, moest in Duitsland bij de fabriek besteld worden en ook nog op maat geknipt. Wat heel efficient was dat het gelijk vanaf de fabriek naar mijn huisadres gestuurd werd. Bijna gelijktijdig een boek besteld bij een uitgever in Dordrecht (om de hoek zeg maar), en dat kwam een week later…. Terwijl mijn vingers jeukten, had ik eigenlijk niets om het uit te proberen. Toen zag ik op het forum hoe het forumlid Stephan le Sage problemen had met het netjes maken van een naamplaatje voor zijn binnenvaartschip Stelsa, en bedacht me toen dat dit een uitstekende gelegenheid was om het toe te passen. Het resultaat was (na enige hindernissen, zie zijn verslag - link hierboven) verrassend goed, en dat geeft vertrouwen voor de toekomst. Het grote voordeel is dat de noodzaak voor stofvrij werken is vervallen, en ik de oven in de keuken niet meer nodig heb voor het drogen. Ik had één keer het deksel van de doos met een ingespoten plaatje niet goed afgesloten, en de hele keuken was vergeven van een indringende lucht. Dan heb je wat uit te leggen, en kost het aardig wat overredingskracht om dat nog eens te mogen doen. Het was verder een periode van besluiteloosheid en piekeren. Er moeten nu een paar beslissingen genomen worden die gevolgen hebben voor de gehele verdere bouw. Om een aantal dingen na te kunnen trekken heb ik een achttal boeken geraadpleegd, de meeste via de bibliotheek, en twee die ik niet bij de bibliotheek kon krijgen maar besteld. Op één wacht ik nog, maar dat moet “helemaal” uit Engeland komen. Op zich is de oogst van al deze boeken heel beperkt. Voor sommige dingen heb ik er wel wat aan, maar wat wel opvalt is dat een groot aantal foto’s in bijna elk boek terugkomt. Verder is het een probleem dat niet altijd aangegeven wordt van wanneer de foto’s zijn, en het daarom niet duidelijk is of het wel de oorspronkelijke uitvoering betreft. Ook zijn er soms wat slordigheden, zo staat er in een boek bijv. bij de beschrijving van het “nieuwe” schip een foto van een bedieningsconsole op een brugvleugel met als bijschrift dat het de bediening van de boegschroef betreft, terwijl het schip oorspronkelijk geen boegschroef had (is bij een latere verbouwing aangebracht, en inmiddels weer verwijderd). De bestudering van boeken en aanvullend (foto)materiaal (onder andere de informatie bulletins van de Stichting Behoud Stoomschip Rotterdam) vond ik nodig om een besluit te nemen over de inrichting van de publieke ruimten die direct van buitenaf zichtbaar zijn. Voor het promenadedek, waarmee ik moet beginnen zijn dat de “Verandah”, achteraan grenzend aan het zwembadterras, en de “Main Lounge”, achter het vooraan gelegen Theater. Hierbij kwam aan het licht dat de RDM tekeningen niets zeggen over de inrichting van de “openbare ruimten”. Van bijna elke andere ruimte (passagiershutten, bemanningshutten enz.) is alles tot in detail beschreven en getekend, maar niet van de door architecten ingerichte ruimten. In de data base met alle tekeningen staan ze wel genoemd (als “externe” tekeningen), maar deze zijn niet op CD gezet. Ik heb lang zitten aarzelen hoe ik dat nu op moest lossen, totdat ik nog eens naar onderstaande foto uit een HAL brochure van de Main Lounge keek. ![]() Zo’n foto maakt je wel erg pijnlijk duidelijk dat elke poging om dit op schaal 1:200 te reproduceren bijna op voorhand gedoemd is om te mislukken (de plafondhoogte is in het model 15 mm!!). En toen viel het kwartje: ik besloot om (evenals op de foto) de gordijnen dicht te doen. Het klinkt zo simpel, maar ik denk dat dat besluit in totaal maanden werk scheelt, en (veel belangrijker) een hoop frustraties voorkomt. Gevolg is wel dat ik daarmee aangeef dat het model het schip in de avond/nacht weergeeft, en daarom niet meer om de aanleg van verlichting heenkan. Maar ja, dat had stiekem, ergens in mijn achterhoofd toch al wel besloten. Ik was al een eind op streek met het tekenen van de plattegrond van het dekhuis op het promenadedek, en dat kon toen gelijk weer een stuk eenvoudiger gemaakt worden. Hoewel, hieronder is te zien dat het dan nog gecompliceerd genoeg is. ![]() De rode lijnen zijn de omtrekken van de binnenste dekhuiswanden die ik nu als eerste wil gaan maken. De blauwe lijnen zijn de buitenwanden, die pas veel later geplaatst kunnen worden. De grijze vlakken zijn MDF stroken die min of meer als fundatie voor het volgende (boven-promenade-)dek moeten dienen, en wat steun/geleiding moeten geven aan de dekhuiswanden. Met groen is aangegeven welke plekken verlicht moeten worden. Deze plattegrond dient als basis voor het maken van de uitslagen van de wanden. Die uitslagen maak ik in eerste instantie met Excel, waarmee ik dan vrij eenvoudig (ik heb daarvoor een macro gemaakt) de zeeg kan aanbrengen. Hierbij heb ik het geluk dat het dek dwarsscheeps recht is, en de dekhoogte dus uitsluitend een functie van de lengtepositie is. Op de tekening zijn de posities van alle ramen en deuren exact aangegeven, en die kunnen dus zonder problemen zo overgenomen worden naar de uiteindelijk te tekenen wanduitslagen, die dan vervolgens het etsproces inkunnen. Voordat ik dan de opbouw daadwerkelijk ga aanbrengen moet ik nog een besluit nemen hoe de vloerbedekking van de promenades uitgevoerd gaat worden. Oorspronkelijk was dit uitgevoerd in rood-bruin genopt rubber. Op deze schaal is dat dus gewoon egaal, maar ik twijfel nog of ik dit gewoon ga spuiten of verven, of dat ik het ga bekleden met een folie of papier. Het heeft allemaal zo zijn voor- en nadelen, en ik wil hier nog eens goed over nadenken. Overigens heeft het bestuderen van de foto’s nog wel een positief resultaat opgeleverd. In eerste instantie baalde ik van het feit dat de beplankte dekken soms groter zijn dan mijn etstank aankan, en zat ik al te piekeren hoe ik dat op moest lossen. Nu blijkt uit een aantal foto’s dat de dekbeplanking ter plaatse van de expansievoegen in de bovenbouw ook een onderbreking hebben. In dat geval kan ik de dekken ook opdelen in stukken die mijn etstank wel aankan. Leve de research!!!! Het is overigens maar de vraag of dat straks bij de openstelling (nou, straks???) nog te verifiëren valt, want ik zag dat ze de expansievoegen aan het dichtlassen waren, en dat terwijl er nog een aantal dekken opnieuw beplankt moeten worden. Grote kans dat ze de expansievoegen dan gewoon “vergeten”. Aan het werk maar weer, des te eerder ben ik aan het etsen toe. Ik vind dat steeds leuker worden, en begin bijna spijt te krijgen dat ik indertijd mijn plannen om naar de kunstacademie te gaan in plaats van de techniek in te "vluchten", niet doorgezet heb. Maar ja, mijn ouders hadden daar toen heel andere ideeën over... Groet, Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
22 november 2009 geplaatst om 21:21 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:27 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 12)Eigenlijk heb ik niet vreselijk veel nieuws te vertellen, maar ik kom toch met een nieuwe aflevering omdat er waarschijnlijk een nog langere periode van “weinig te melden” komt. Het waarom blijkt wel uit het vervolg van dit verhaal. Na de laatste keer heb ik de uitslagen van alle verdere dekhuiswanden van het promenadedek gemaakt. In totaal heb ik hiervoor 2 plaatjes van zo’n 13 x 23 cm nodig. Het eerste plaatje geëtst en natuurlijk daarna het resultaat nog eens kritisch bekeken. En wat bleek tot mijn stomme verbazing: het “incident” met het maken van het naamplaatje voor Stephan le Sage was helemaal geen incident, maar een keiharde, consequent uitgevoerde fout. Achteraf wel te beredeneren, maar toch…. Oorzaak: ik maak de uitslag van een wand op de computer alsof ik tegen de (zichtbare) buitenkant aankijk. Als je dat uitprint op een inkjet printer komt de inkt op het transparant, en dat is nu juist de kant die je tegen het plaatoppervlak wil hebben om zo min mogelijk lichtverstrooiing te krijgen. En wat is dan het resultaat: jawel je krijgt het spiegelbeeld op je etsplaat. Dat was me dus met de eerste wanden ook weer overkomen. Het was bijna nog niet opgevallen omdat bakboord en stuurboord vrijwel gelijk waren, op één deur na die alleen aan bakboordzijde komt, en nu dus in mijn versie naar stuurboord was verhuisd. Resultaat: weer een paar wandjes om de te gebruiken spuit/verfmethode op uit te proberen. Met deze wetenschap zou je denken dat het toch in de toekomst geen probleem meer mag zijn, maar bij het ontwerpen van de (hopelijk nu definitieve) etsplaten voor het promenadedek ging ik diverse keren toch weer in de fout. Om mezelf te controleren had ik nu de voorkant met tekst gemarkeerd. Hieronder het resultaat. ![]() Dat zag er goed uit. Dus op de vraag: “heeft hij hier iets van geleerd?” zou je geneigd zijn volmondig “ja” te zeggen. Maar dan eerst toch even de achterkant bekijken, want (volledig overbodig natuurlijk) had ik daarop ook een tekstmarkering aangebracht. ![]() Toen ik dit zag, steeg me het schaamrood naar de kaken. Niet dat er verder iets mis is met dit plaatje (de voorkant is goed, dus ook de achterkant – op de tekst na dan natuurlijk), maar het feit dat je er zo op beducht bent, maar dan toch weer zo’n fout maakt is ontzettend frustrerend. Ik ga nu proberen om consequent een vaste procedure toe te passen. Dat betekent de etsplaten op de “natuurlijke” manier ontwerpen, en dan als aller, allerlaatste handeling voor het uitprinten het geheel te spiegelen. Bij het volgende plaatje lukte dat in ieder geval wel goed. De volgende stap is het in vorm buigen van de wanden. De vouwlijnen heb ik eenzijdig ingeëtst, en dat lijkt prima te werken. Dan moet natuurlijk ook de steunconstructie voor de wanden gemaakt worden, en hiervoor heb ik de computertekening van het dek uitgeknipt en op het dek geplakt. ![]() Om eraan herinnerd te worden waar ik rekening moet houden met verlichting heb ik dat met kleur gemarkeerd. Waarom dat ik daarvoor zowel groen als oranje gebruikt heb is me ontschoten, en ook zie ik nu dat het voor de voorkant hier nog helemaal niet gebeurd is. Het tweede wat nu moet gebeuren is het verven/spuiten van de wanden, want ik wil dat voor de montage doen. Nu had ik al eens begrepen dat je voor messing een speciale primer zou moeten gebruiken die zich via een ets-achtig proces aan het messing hecht. In het Bismarck draadje (nou, zeg maar draad) was hierover ook al een discussie, en ik had daar gemeld dat ik voor dat doel bestemde primer van Stilleven (spuitbus) had gekocht. Walter Walrecht (van het Resolve draadje) meldde toen dat hij die ook had gekocht, maar dat je het er zo weer vanaf krabbelde. En toen ik het zelf ging uitproberen bleek dat inderdaad het geval te zijn. Toen ik te raden ging bij een schildersbedrijf (waar ik de Stilleven spuitbus niet gekocht had) zei die me dat je dit soort primers, ondanks het feit dat ze redelijk snel droog zijn, wat betreft de hechting wel tijd moet gunnen (tot wel een week). Maar omdat ik dat niet erg praktisch vond, en omdat ik de indruk had dat spuiten me met alle hoeken en nissen in de wanden niet goed ging lukken heb ik een kwastprimer bij hem gekocht. Deze hecht wel veel sneller, hij dekt als je hem dun aanbrengt voor geen meter maar dat geeft niet want er gaat toch een dekkende (niet glanzende) laklaag over. Maar dan kom ik weer bij het volgende probleem, over die afwerking met de kwast ben ik niet tevreden. Dus overweeg ik nu om toch weer spuiten uit te gaan proberen. Het klinkt als “zwabberen”, en het is het ook. Ik denk dat ik het aan boord al snel tot “chef dekzwabberen” zou brengen. Maar het resultaat is wel dat ik nog een tijdje aan het uitproberen sla, iets dat me niet vrolijk stemt maar wat ik ook kies, ik moet het dan wel voor het hele schip gaan gebruiken en dat vraagt om een weloverwogen keuze. Voor de afwisseling was ik ook al begonnen met de detaillering van het volgende dek, het boven-promenadedek. Daarbij bleek dat er veel meer onderlinge interacties zijn tussen de dekken dan ik me had gerealiseerd. Om verder niet voor verrassingen te komen staan heb ik daarom maar weer eens het roer omgegooid (was even zoeken, het roer van de Rotterdam heb ik nog niet gemaakt), en besloten (naast de spuit/verftestjes) eerst alle dekken en bijbehorende dekhuiswanden te ontwerpen voordat ik met het maken hiervan verder ga. Dat is een behoorlijk grote klus, waarmee ik nu al zo’n vier dagen bijna full-time mee bezig ben. Maar daar straf je me niet mee, want ik vind het leuk werk. Wel moet ik opletten om bij de les te blijven, want bij het uitzoeken moet ik de tekeningen heel nauwkeurig raadplegen, en dan heb ik nog al eens de neiging af te dwalen omdat die tekeningen zo’n enorme schat aan informatie bevatten. Wat ik verder ook wel ontdek is dat scheepsbouwkundigen zo’n beetje een eigen taal hebben ontwikkeld, met een terminologie die ik op sommige punten nog steeds niet bevat. Wat dacht je bijv. van een opmerking bij een maat in een plattegrondtekening van een dek: “gemeten volgens een vertikaal evenwijdig aan hart schip”. “Hart schip” is in mijn beleving het vertikale (symmetrie)vlak van het schip, dus elke vertikale lijn is per definitie evenwijdig aan hart schip. Ik denk ondertussen wel te begrijpen wat er wordt bedoeld, maar het staat er niet!!! Ook blijkt nu dat de scheepsbouwkundigen er niet altijd “op papier” uitkwamen. Dan kom je een opmerking tegen als “overnemen van proefmodel”, en daar zit je dan als modelbouwer. Ik ga toch echt geen model maken om een model te kunnen maken, dat wordt dus improviseren. Verder zijn er een aantal zaken die nogal vaag zijn omdat daar alleen maar “voorstellen” voor het toelevingsbedrijf van op papier staan, en dat zijn veelal potloodtekeningen die heel slecht (soms helemaal niet) op de scans overkomen. Ook dit wordt dus improviseren. Wat verder ook nog opvalt, en dat past wel aardig in het leerproces, is dat het steeds complexer wordt naarmate je hoger komt, met de radarmast, communicatiemast en de schoorstenen als slagroom op de taart. De wanden worden steeds ingewikkelder, en vooral bij de voor- en achterschotten is echt bijna alles schuin. Ben ik even blij dat de dekken in ieder geval dwarsscheeps horizontaal lopen…. Voor dat ik weinig te melden had is het toch nog een lang verhaal geworden. Met weinig plaatjes, maar daar wil ik nog wel even wat aan doen. Ik kreeg het in Engeland bestelde boek binnen, en dat was het wachten waard. Het is opmerkelijk hoe een Engelse scheepsarchitect zo laaiend enthousiast kan zijn over de HAL, en de ss Rotterdam in het bijzonder. Aan de andere kant, als je zo’n foto als hieronder ziet dan kan je toch niet anders concluderen dan ze schitterend is. ![]() Het boek “Grande Dame: Holland America Line and the ss Rotterdam” is met zoveel enthousiasme over de HAL , en in het bijzonder de ss Rotterdam geschreven dat het bijna genant wordt. Maar dat is de Engelse stijl denk ik, hoewel ik het wel bijzonder vind dat met name een Engelsman zo enthousiast is over een Nederlands maatschappij en schip, terwijl de Engelsen zelf toch ook een aardige traditie hebben op het gebied van passagierschepen. Wat opvalt is naast de benaming “Grande Dame”, dat zowel zowel de auteur als degene die het voorwoord schreef hoog opgeven over de properheid aan boord van de HAL schepen, en spreken van de “spotless fleet”, ofwel de “vlekkeloze vloot” (een klakkeloze vertaler had hier ook “onbevlekte vloot” van kunnen maken, maar dat betekent bij ons toch wat anders). Wie wel eens in een (ook heel duur) hotel in Engeland is geweest kan zich misschien wel voorstellen dat de Nederlandse properheid daar wel opviel. Bij het lezen zou je bijna denken aan een gesponsorde uitgave, maar het is uitgegeven door het Engelse Royal Institute of Naval Architecture (RINA), en ik weet zeker dat die zo iets niet doen. Wat overigens ook nog aardig is dat ik dit boek op het spoor kwam via de Stichting Behoud ss Rotterdam, maar die hadden het te boek staan als “antiquarisch verkrijgbaar”, terwijl ik er na wat zoeken achter kwam dat je het voor 19 Engelse Pond incl. verzendkosten gewoon bij het RINA kon bestellen. Elk goed boek heeft natuurlijk ook zijn slordigheden. Zo zegt de auteur dat de tewaterlating op 14 september 1958 plaatsvond, terwijl dat 13 september was (14 was wel aardig geweest, is mijn verjaardag). Verder heeft hij het stelselmatig over de “Rotterdam Drydock Company”, terwijl de Engelse naam van de RDM toch echt “Rotterdam Dockyard Company” was. Als afsluiting nog iets voor de “racers” onder ons. De ss Rotterdam als speedboat: ![]() Deze bijzondere foto uit het RDM archief is gemaakt tijdens de bochtproef bij de proefvaart in 1959. Ik vermoed dat ze daarna nooit meer zoveel slagzij heeft gemaakt (hoewel, ik heb foto’s gezien tijdens zware storm, maar daarop kon je de horizon niet zien….). Overigens, de "horizontale" lijn over het "eerste klas sportdek" voor het dekhuis (de "skyroom") is de expansievoeg waar ik het eerder over gehad heb, en waardoor de dekken toch in mijn etstank gaan passen. Nu echt tot de volgende keer, maar dat kan vanwege de ontwerpbezigheden wel even duren. Maar wees ervan overtuigd dat er hard gewerkt wordt op werf Bakker. Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
9 december 2009 geplaatst om 23:59 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:28 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 13)Zoals ik de vorige keer gemeld heb ben ik de laatste tijd nogal druk geweest met het vertalen van de werftekeningen naar uitslagen van de dekwanden. Dit is een erg tijdrovende klus, maar niet onprettig om te doen. Het levert echter (nog) geen spectaculaire plaatjes op die ik hier kan tonen. Dus weer geen bouwvorderingen te melden. Soms geneer ik me om dit nog een “bouwverslag” te noemen. Het lijkt meer op de beschrijving van een leerproces (droogzwemmen?). Het tekenen is echter geen werk dat je continu kan doen (in ieder geval ik niet). Als ik nog een beetje normaal wil slapen moet ik vooral later op de avond ook wat andere dingen doen, anders spoken die tekeningen de hele nacht door mijn hoofd. Zijn weliswaar geen nachtmerries, maar toch….. Dus tussendoor nog wat andere zaken gedaan. Ten eerste het volgen van dit forum, wat ik overigens met name leuk vind als ik eens incidenteel aan een discussie kan deelnemen. Ik hou dit wel beperkt tot die zaken waarvan ik denk dat ik er een positieve bijdrage aan kan leveren, of (wel zo belangrijk) er iets van kan opsteken. Verder komen bestellingen bij mij bijna altijd prompt op tijd, dus daarover kan ik op het forum ook niet klagen. Soms kan het overigens ook wel eens behoorlijk frustrerend zijn als je ziet wat voor schitterende dingen sommige mensen kunnen maken. Dan word je weer eens op een pijnlijke manier aan je eigen beperkingen herinnerd. Gelukkig duurt dat meestal niet te lang, en besef je je weer eens dat het toch voornamelijk om het plezier gaat en hoe bevoorrecht je bent dat je zo intensief met je hobby bezig kunt zijn. Het tweede (en volgens mijn vrouw het belangrijkste) dat ik toch maar weer eens aangepakt heb is: puinruimen!! Zowel mijn werkkamer als de berging waren doordat ik zo fanatiek bezig was geweest een enorme puinhoop geworden. Dus toch maar weer eens “de bezem erdoor”. Het is wat dat betreft altijd hetzelfde: ik zie er enorm tegenop en stel het ettelijke malen uit maar als het eenmaal gebeurd is (en zelfs terwijl ik er mee bezig ben) geeft het een enorm voldaan gevoel. Je zou zeggen, dan doe je dat toch vaker maar ik ben wat dat betreft (en volgens velen ook nog wel op andere gebieden) behoorlijk hardleers. En daarbij: rituelen moet je koesteren. Verder had ik mij de laatste tijd nogal geïrriteerd aan het feit dat ik na mijn aanvankelijke “successen” een nogal wisselende kwaliteit van mijn etswerk kreeg. Los van de eerder genoemde “spiegeleffecten” had ik nogal eens een slecht resultaat zonder dat ik daarvoor een directe verklaring kon geven. Ik vond het daarom, mede gezien de grote “productie” die ik op stapel aan het zetten ben, wel eens goed om het hele proces nog een kritisch door te lopen en waar mogelijk verbeteringen aan te brengen. Nu kan dat nog omdat ik toch nog met de tekeningen bezig ben. Als die klaar zijn hoop ik zoveel mogelijk etswerk achter elkaar te doen, dus nu kan ik ze nog aanpassen als mijn testjes daartoe aanleiding geven. Als eerste heb ik nog eens naar mijn ontwikkel- en etsvloeistoffen gekeken. Op internet kwam ik een verhaal tegen over het maken van PCB’s (Making PCBs) waarin de gebruikelijke oplossing van caustic soda in water als ontwikkelvloeistof werd afgeraden, en werd een variant door het toevoegen van waterglas aangeprezen. Ik heb dat eens uitgeprobeerd, en ik moet eerlijk zeggen dat het perfect gaat. Het ontwikkelproces lijkt gewoon te stoppen en “overontwikkeling” treedt niet op. Toen de etsvloeistof, want ik ergerde me nogal aan het feit dat wat ik bij de elektronicawinkel had gekregen (zij hadden niets anders) als het afkoelde sterk kristalliseerde en dat dit dan later weer heel slecht oploste. Ook de beluchtingsopeningen in de bodem van de etstank raakten hierdoor verstopt, en een aantal keren gebeurde dat zelfs tijdens het etsen. Blijkt achteraf dat het ammoniumpersulfaat was, en dat staat bekend om dit probleem. Dan zijn er nog twee alternatieven: ijzer(III)chloride en natriumpersulfaat. Veel PCB makers zijn erg enthousiast over de ijzerchloride, dus dat eerst uitgeprobeerd. Ik had al gelezen dat dat minder doorzichtig was, maar de internetwinkel die het me verkocht zei dat het etsproces met een lamp erachter toch wel te volgen was. Nou, ik was snel genezen: wat een troep is dat. In de eerste plaats moet je er bijna een vuurtoren achter zetten om toch wat te zien (later gelezen dat met wat toevoeging van keukenzout dat wel wat te verbeteren is, maar toen was ik al genezen van dat spul). In de tweede plaats is het enorm vuile troep. Elke spetter, waar die ook op valt (en dan heb ik het niet over kleding, want die wordt door elk etsmiddel geruïneerd) is bijna niet meer weg te krijgen. Het is wat vettig en kleverig, echt vuile troep. Snel tot chemisch afval gepromoveerd dus. Toen als laatste natriumperoxide geprobeerd. Had het kunnen weten, het wordt niet voor niets ook onder de benaming “fijnetsmiddel” verkocht. Het was echt een verademing, het is helder en vloeibaar als water en het etst fantastisch. OK, het is wat duurder maar je schijnt er aardig lang mee te doen, en op internet heb ik een behoorlijk goedkope leverancier gevonden. Levering de volgende dag, dus weer geen klagen (je zou het bijna jammer gaan vinden). Het enige nadeel is dat je op zo’n 45 tot 50 ˚C moet etsen, maar dat gold voor de ammoniumpersulfaat ook (kon wel wat minder). Opwarmtijd is behoorlijk lang, en het verwarmingselement dat bij mijn aangeschafte etstank zat bleek niet beveiligd te zijn. Dat is inmiddels opgelost, want die heb ik opgeblazen door hem een keer droog aan te laten staan. Dat gaf een flinke knal, steekvlam en rondvliegend glas. Overigens, snap niet dat zoiets verkocht mag worden, maar heb die veiligheidsbril achteraf toch niet voor niets gekocht!! Maar het etsen gaat erg goed, en zelfs nog sneller dan met het ammoniumpersulfaat (de ijzerchloride is wat dat betreft wel de kampioen, maar dat vind ik nou het minst belangrijke). Verder waren er nog wat zaken die wat mij betreft verbeterd konden worden. Een eenvoudige hulpconstructie gemaakt waardoor ik de zonnebank als belichtingsapparaat nog beter benut als “tosti-ijzer”, namelijk door beide kanten gelijktijdig te belichten. Ook had ik me geërgerd aan het feit dat de te etsen plaat niet goed centraal in de etstank bleef, en de neiging had tegen één van de kanten te “plakken”. Ik had al wat uitgeprobeerd met opgelijmde blokjes, maar die wilden nogal eens loslaten en het aanbrengen kostte ook de nodige tijd. Toen moest ik ineens denken aan van die strips waaraan je posters kunt ophangen. Denken en kopen zijn echter verschillende dingen want ik heb me rot gezocht, maar nergens te krijgen (Karwei, Praxis, Gamma, Hema, en nog wat speciaalwinkels waronder een lijstenwikel afgestruind). Toen vrij simpel op internet gevonden (weer volgende dag binnen, om moe van te worden). Kost aan verzenden bijna meer dan de dingen zelf, maar dan nog super goedkoop. Hieronder een foto van een teststrook (kom ik later nog op terug) terwijl de etstank staat op te warmen. De strips doorboord en pluggen ingezet als afstandshouders en het werkt perfect!! ![]() Wel blijft het nog steeds belangrijk om de plaat regelmatig te keren, maar dat gaat met deze constructie ook vrij eenvoudig. Ik vind dat ook niet zo erg, want terwijl het etsen plaatsvindt staat mijn hoofd er ook niet naar om tussendoor iets anders te doen. Omdat ik nogal eens de neiging had wat weg te dromen een eenvoudige stopwatch gekocht om elke 3 minuten de plaat te draaien. Maar ja, dan moet je natuurlijk niet vergeten die stopwatch weer te starten nadat je de plaat gekeerd hebt………… Het is nu tijd voor de rubriek “blunder van de week”. Toen ik een eerste proefstrook maakte voor het ontwikkelen met de nieuwe ontwikkelaar waren alle belichtingstijden te lang (liepen van 60 t/m 150 seconden met incrementen van 10 seconden). Alle belichtinstijden werden normaal ontwikkeld, er was nauwelijks verschil te zien. Hieronde het resultaat na etsen (vlakjes met lijnen van verschillende dikten van 0.1 tot 2 mm), éénzijdig belicht en vrijwel geheel (op de dunste lijnen na) doorgeëtst: ![]() Achteraf misschien wel goed, want ik was vergeten aan te tekenen waar ik was begonnen, dus ik kon ook niet meer terugtracen welk vak welke belichting had gehad. Geeft trouwens wel aan hoe weinig kritisch de belichtingstijd is (werd ook als een van de voordelen van het toevoegen van waterglas aan de ontwikkelaar genoemd). Een volgende proefstrook (de eerdere foto hierboven) dus veel korter belicht: 10 t/m 100 seconden met incrementen van 10 seconden. Hieronder deze plaat in de etstank vlak voor het moment dat hij klaar is. ![]() Op de plaat een rechthoek van 5x10 mm tweezijdig belicht, zodat deze door-en-door geëtst wordt, met daaromheen éénzijdig aangebrachte rechthoeken met verschillende lijndikten (0.05, 0.1, 0.2, 0.5, 1 en 2 mm). Het resultaat voor de langste belichtingstijden ziet er goed uit. ![]() Alleen de rechthoek met lijndikte van 0.05 mm is alleen bij de langste belichtingstijd (linkse) met een loep te zien. Aangezien ik er niet vanuit ga dat de mensen mijn schip met een loep gaan bekijken (op misschien de door Kreeft benoemde museumconservator na), laat ik die lijndikte maar verder voor gezien. Ik had dit proefje namelijk opgezet om te kijken hoe ik de aluminium kozijnen in de wanden kon simuleren. Maar om op die blunder terug te komen, ik had deze tweede keer de belichtingstijd op het belichtingsmasker gezet, zodat dit meegeëtst werd. Hieronder het resultaat : ![]() Verkeerd om dus!!! Links is 100 sec, dan naar rechts aflopend….. Achteraf heb ik er wel een verklaring voor, maar dat zegt iedereen die een fout gemaakt heeft. Het blijft gewoon een stomme blunder. Als afsluiting ook nog een aflevering uit de rubriek “foto van de week”. Hieronder een kopie van een bladzijde van de ss Rotterdam kalender die ik opgestuurd kreeg met een beeld uit de machinekamer. ![]() Daar druipt toch de nostalgie vanaf, ik hoop dat Frederik van Gent meekijkt…. En onder de foto: jawel de uitnodiging voor de eerste bezichtiging: 30 januari is het zover!!!!!!!!! Ik geloof het pas als ik over de loopplank loop. Het was weer een heel verhaal met weinig bouwresultaten, maar dat zijn jullie ondertussen wel van me gewend. Iedereen prettige Kerst en een voorspoedig 2010 toegewenst. Groet, Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
24 december 2009 geplaatst om 11:28 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:28 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 14)Het is nog steeds niet tot echte bouwaktiviteiten gekomen. In de eerste plaats ben ik nog druk bezig met het ontwerp van de dekken en wanden. Maar zelfs al zou ik daarmee klaar zijn, dan nog kan ik op dit moment niet echt aan de slag. In de berging is het veel te koud, en verwarmen lukt niet. Ik heb wel een klein heteluchtkacheltje staan, maar dat helpt niet omdat ik voor de meeste klussen (ontwikkelen, etsen en ook spuiten) voldoende ventilatie moet hebben en daarom de deur open moet laten met binnen een ventilator aan (zo’n ding waar je ’s zomers verkoeling bij zoekt…….). Dus toch maar weer een verhaaltje over mijn ontwerpaktiviteiten. Gaat erg langzaam en moeizaam, en het feit dat ik toch weer over ga schrijven lijkt wel op een soort van zelfkastijding. Maar aan de andere kant is het wel weer even prettig om iets anders te doen dan je rot zoeken naar bepaalde maten waarvan je weet dat ze ergens moeten staan, maar waar was dat ook weer…… Waar ik overigens wel blij mee ben is dat ik de romp gemaakt heb van de modelbouwtekening van de NVM. Wat namelijk echt ontbreekt aan de berg met tekeningen die ik heb is …. het spantenplan! Wel tekeningen vol met details hoe de spanten op de dekken aansluiten, maar zonder hoofdmaten. In de overzichtslijst staat wel de “spantenlijst” vermeld, maar dat is geen tekening maar een ander document, en die zijn niet op CD gezet. Gevolg: hoe gedetailleerd de informatie die ik heb ook is, de romp had ik er niet mee kunnen maken. Voor de opbouw heb ik dat probleem gelukkig niet, op een paar details na die ik van tekening redelijk nauwkeurig kan schatten. Ik heb geloof ik al eens vermeld dat er van een aantal zaken die buiten de RDM zijn gemaakt alleen “voorstellen” beschikbaar zijn, en ik ga er maar vanuit dat deze opgevolgd zijn. Alleen is de kwaliteit van de scans van sommige van deze voorstellen heel slecht doordat het potloodschetsen zijn die niet goed doorkomen. Maar in grote trekken kom ik er wel uit. Het is wel een “leerproces”, soms (of eigenlijk wel dikwijls) kom ik er gaandeweg achter dat ik iets anders wil aanpakken dan ik het aanvankelijk gekozen had. Dan is het steeds weer terug naar af om dat zo consequent mogelijk te doen. Daar komt ook nog bij dat het “gebouw” steeds ingewikkelder werd naarmate ik hoger kwam. Uiteindelijk ben ik nu zover dat ik met nog één controle ronde te gaan alle wanden van dekhuizen en de dekken zelf op tekening heb staan, en wel op zo’n manier dat ik daarvan op een vrij simpele manier de uiteindelijke etsplaten kan samenstellen. Als voorbeeld hieronder het “Navigatiedek”. Dat is wel korter dan de daarondergelegen dekken (promenade-, bovenpromenade-, sloepen- en zonnedekken), maar qua dekhuisconstructie wel het ingewikkeldst. ![]() Dit dek is in lengterichting in drie secties verdeeld, waarvan de grenzen overeenkomen met de plaats van de expansiestuiken in de constructie. Zoals ik al eens eerder geschreven heb was ik daar wel blij mee omdat daardoor de dekdelen ook in mijn etstank passen. Het was “kantje boord”, want de beslissing voor het al dan niet toepassen van expansiestuiken heeft indertijd aardig wat discussie losgemaakt. Gelukkig is de uiteindelijke beslissing voor mij gunstig uitgevallen. Het gestreepte gedeelte is het houten dek, waarvoor ik al de nodige testjes gemaakt heb. Het bovenste zwarte gedeelte is de basis voor het stuurhuis, met helemaal voorin de stuurhut en erboven het stuurhuis topdek. Het onderste zwarte gedeelte is op dit niveau de z.g. “Skyroom”, een oorspronkelijke eerste klas lounge, met daarboven het Observatiedek met daarboven nog het Topdek. Tussen deze twee gebouwen is het eerste klas sportdek, en achter de Skyroom het eerste klas terras, dat een uitkijk geeft over het lager gelegen tweede klas sportdek. In kleurlijnen zijn de verschillende dekwandsecties aangegeven, die ik maar van een codering voorzien heb. Het waarom blijkt misschien wel uit onderstaand overzicht van alle dekhuiswanden die op dit dek uitkomen. ![]() In een eerder bericht had ik de bovenste (het voorfront dat zich tussen drie dekken bevindt) al laten zien, omdat ik de vorm toen het af was zo prachtig vond. Als je nagaat dat dit alleen nog maar de wanden voor het Navigatiedek zijn, is het wel duidelijk dat je ze wel op een deugdelijke en éénduidige manier moet coderen, anders weet je straks echt de weg niet meer. De groene vlakken zijn half doorgeëtste delen voor deuren en luchtroosters. Deze worden er apart ingelijmd, dat geeft het geheel toch nog wat “diepte”, en biedt de gelegenheid om ze apart te verven/spuiten. Dat komt wel goed uit, want vrijwel alle deuren zijn van blank gebeitst teakhout die ik dan los van de rest kan verven, en voor de roosters heb ik nog geen definitieve oplossing. Op zich zijn die allemaal evenals de wanden wit, maar als je foto’s bekijkt springen ze er toch wel uit. Hoe ik dat moet gaan simuleren wil ik nog eens met een paar testjes uitzoeken, maar dat hoeft de zaak verder niet te vertragen. De deuren is op zich ook nog een heel apart verhaal. Je kan merken dat standaardisatie nog niet erg op gang was gekomen bij de bouw. Als ik me beperk tot de buitendeuren (binnendeuren kan je bij mij tenslotte niet zien) zijn er, naast metalen waterdichte en brandwerende deuren twee soorten houten deuren: de “gewone” en die van “architectenruimtes”. De gewone deuren valleen uiteen in wel zes verschillende typen die maar marginaal van elkaar verschillen. Allemaal bestaan ze uit een buitenrand, maar de vlakvulling daarbinnen verschilt per type. Zo heb je bijv, een type A met vijf vertikale stroken en een type B met 4 vertikale stroken. En dan heb je types die halverwege nog een horizontale strook hebben (een soort “boerderijdeuren”) en types waarbij de vertikale stroken ononderbroken zijn. En dan nog kom je toch nog tegen dat er ergens een type A deur wordt aangegeven, met de opmerking erbij dat deze wel met 4 vertikale stroken moet worden uitgevoerd…... Dan heb je de verschillende typen gehad, maar dan heb je ook nog de afmetingen. Er zijn wel een stuk of vier verschillende deurhoogten, en wel een stuk of acht verschillende breedten variërend van 60 cm tot 1 meter. Wat ook nog opvalt is dat de deuren vrij laag zijn. De meeste deuren zijn 1,79 m hoog, weliswaar met een drempelhoogte van 23 cm, maar toch is dat laag. De vriend waarmee ik over ruim twee weken naar de eerste bezichtiging ga is 2 m lang, dus ik heb hem al gewaarschuwd. Ook bij de roosters is de standaardisatie nog ver te zoeken. Zo kwam ik twee identieke roosters tegen, de een 1200 mm lang, de ander 1200,5 mm…. Voor het definitieve etswerk (mag ik tenminste nu toch wel eens hopen) heb ik vlak voor Kerst een nieuwe plaat besteld. Na lang wikken en wegen toch maar besloten voor 0,3 mm dik materiaal te gaan, in plaats van het 0,2 mm dat ik eerst gebruikte, en op wat restmateriaal na opgebruikt heb voor het eindeloze testen. Iets dikker lijkt me toch wel wat prettiger, etstijden worden natuurlijk wel langer maar daar valt, vooral met het nieuwe etsmiddel dat ik gebruik, goed mee te leven. Ik denk nog wel een week of misschien wel twee weken bezig te zijn met het definitief voorbereiden van de belichtingsmaskers, en dan maar hopen dat het inmiddels wat aangenamer in de berging is geworden en ik echt aan de (ets)bak kan. Aanvankelijk werd ik gewaarschuwd dat het wel wat langer kon duren voordat ik het materiaal zou krijgen omdat de Bungard fabriek tot 6 januari gesloten was, maar vandaag kwam het toch al weer binnen. Ik weet niet hoe het komt, maar ik krijg alles steeds prompt op tijd. Ik zou bijna een abonnement op de Bismarck nemen om dat eens een keer te doorbreken……. Toen ik dit verslag aan het maken was realiseerde ik me dat ik bijna ons medeforumlid “Kreeft” zijn zin kon geven, en een boek zou kunnen gaan schrijven. Ik heb zelfs al werktitels voor een tweetal: “Van Schets tot Ets” en “In en Uit (de) Rotterdam”. Maar ja, met alleen titels kom je er niet, en voor het echte schrijfwerk heb ik geen tijd (over). Dan zou ik natuurlijk hetzelfde kunnen doen als al die anderen die boeken willen schrijven, maar het eigenlijk niet kunnen: een “ghostwriter” inschakelen. “Van Schets tot Ets” zie ik als een soort reisverslag, dus daarvoor zou ik Adriaan van Dis wel eens kunnen benaderen. “In en Uit (de) Rotterdam” gaat over de toegankelijkheid van Rotterdam, en wie zou daar meer van weten dan de burgemeester. Maar ja, Aboutaleb heeft het momenteel veel te druk met het schoonvegen van zijn straatje (hou me te goede, ik heb niets tegen Aboutaleb, integendeel, maar “hoge omes” vangen nu eenmaal evenals hoge bomen veel wind). Maar naast de “dagburgemeester” hebben we in Rotterdam ook nog de “nachtburgemeester”, en laat die nou ook nog eens schrijver zijn: inderdaad Jules Deelder. Ik ga maar eens moed verzamelen om deze twee beoogde ghostwriters te benaderen. Kan me bijna niet voorstellen dat ze niet willeen….. Ik had er bijna een traditie van gemaakt om deze verslagen af te sluiten met de rubrieken “de blunder van de week” en “de foto van de week”. Omdat het toch al weer zo’n lang verhaal is geworden wil ik deze twee dit keer combineren met onderstaande foto: ![]() Deze foto met bijschrift staat in een hoofdstuk van een boek over de Rotterdam waarin het oorspronkelijke schip wordt beschreven. Maar deze had helemaal geen boegschroef, deze is pas veel later toegevoegd (ik geloof dat ik dit al een keer verteld heb, maar toen zonder foto). Tot de volgende keer. Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
13 januari 2010 geplaatst om 22:51 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:29 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 15)Het is al weer een tijdje geleden sinds mijn laatste verslag. De belangrijkste reden is dat ik me voorgenomen had om pas weer een bouwverslag te schrijven als ik ook echt bouwvorderingen te melden had. Nu, dat heeft even tijd gekost maar nu is het dan toch zover. Dat het zo lang geduurd heeft komt omdat ik toch nog wel wat testjes heb gedaan, maar ook omdat het door het koude weer moeilijk werken was in de berging. Wat betreft het begin maken met de opbouw van de dekhuizen op het promenadedek heb ik het roer maar weer eens omgegooid (ik heb beroepsmatig nogal wat te maken gehad met materiaalvermoeiïng – door journalisten nogal eens volkomen fout “materiaalmoeheid” genoemd – en begin nu wel eens ongerust te worden dat mijn roer daar lanzamerhand problemen mee gaat krijgen). Dat betekent dat ik de eerder getoonde (begin van de) houten steunconstructie voor de geëtste wanden die ik al had opgebouwd weer heb gesloopt, op het triplex dek zelf na. Ik kwam tot de conclusie dat ik op die manier niet de beoogde nauwkeurigheid kon halen, en dat het beter was alles van messing te maken. De dekplaten heb ik ook geëtst, met de banen waar de dekwanden moeten komen erin (half door) geëtst. Hieronder zijn ze te zien: ![]() De onderste pijlen geven de grenzen van de platen aan. Zoals al eerder genoemd komen deze overeen met de plaats van de expansievoegen in de dekken een dekhuiswanden. Voor het met de bovenste pijlen aangegeven gedeelte wordt dit dek zichtbaar door de ramen in de buitenste dekwanden (de promenades), die pas aangebracht kunnen worden als de eerste 3 dekken (promenadedek, boven-promenadedek en sloependek). Dit betekent dus dat de dekwanden die nu geplaatst worden ook alleen zichtbaar worden door de ramen in de buitenwand. Daardoor is het een uitstekende “oefentuin”, op de hogere dekken komen de dekwanden direct in het zicht, en zo heb ik de gelegenheid de werkwijze echt goed uit te proberen en zonodig aan te passen (dat arme roer toch). Op de foto hieronder is dit beter te zien, dan zijn de dekplaten op de triplex ondergrond gelijmd, en de promenades in kleur gespoten. ![]() De kleur was nog wel een probleem. Oorspronkelijk staat “rood-bruin” aangegeven, maar dat is in de loop van de jaren wel eens veranderd. Daarnaast zijn zeker oude kleurenfoto’s zelden qua kleur te vertrouwen (van sommige oude foto’s is goed te zien dat ze later ingekleurd zijn, wat vroeger nog al eens gebeurde). En als je meerdere mensen een kleur voorlegt, en vraagt “wat is dit” dan krijg je allemaal verschillende antwoorden. Uiteindelijk ben ik op een “terra” kleur van Stilleven uitgekomen, hoewel mijn vrouw vindt dat het oranje is….. Daarna kwamen de (opnieuw ontworpen) dekwanden/schotten, met hierin de raam- en deuropeningen en sleuven voor kruisverbindingen tussen de schotten. ![]() Hierin zijn ook de deuren meegenomen, maar achteraf was ik daarover niet tevreden. Qua afmetingen heb ik de deuren wel “gestandaardiseerd” tot een drietal breedten (3,5 , 4 en 4,5 mm) en één hoogte (9,25 mm), want zoals ik al eerder gemeld heb zijn er in werkelijkheid wel een achttal verschillende breedten en een viertal hoogten, die soms maar enkele centimeters (schaal 1:1) verschillen. Hieronder de aparte etsplaat die ik hiervoor gemaakt heb, waarbij ik dan wel een voorraadje heb voor het volgende dek. ![]() De zichtbare gedeelten van de wanden vervolgens in de primer en halfmat/zijdeglans wit gespoten, en de deuren bruin (vrijwel alle deuren zijn blank hout). Daarna pas de wanden uit de plaat gehaald, de deuren erin gemonteerd, en de ramen beglaasd. Pas op het laatst de wanden in vorm “gevouwen”. Dit ging erg makkelijk en nauwkeurig omdat ik de vouwlijnen éénzijdig ingeëtst had. Eerder had ik al geconstateerd dat de verf dat houdt, en voor het spuiten is deze volgorde wel ideaal. Ik had nog wel problemen met de plinten. Deze zijn over een hoogte van 1 mm vanaf het dek zwart. Om dat goed te markeren had ik de grenslijn ook éénzijdig ingeëtst. Maar na afplakken en zwartspuiten bleek dit toch niet ideaal, op sommige plaatsen (bijv. bij deuren) ging het toch doorlopen. Met de hand bijwerken bleek niet mooi, dus toen met de kwast geprobeerd. Ook dat mislukte echter. Toen kwam ik ineens op het idee van een watervaste viltstift (Edding 3000) die ik voor het corrigeren en bescherming van de randen van belichte etsplaten gebruik. Dat bleek achteraf erg goed te gaan, praktisch in één streek breng je een plintje aan. Zo zie je maar weer: de oplossing ligt in de eenvoud. De etsmarkering van de plintlijnen laat ik bij de volgende dekken maar achterwege – wel zo makkelijk. Toen kwam er weer een moeilijk punt: de verlichting. In de binnenwanden (die op zich onzichtbaar blijven) had ik al 5 mm ronde uitsparingen gemaakt tegenover de plaatsen waar ramen en deuren (voorzover deze een opening hebben) geëtst (zie foto hiervoor). Toen ik dat met “gewone” 5 mm ledjes ging uitproberen zag ik al snel dat deze als een soort schijnwerper werken met een vrij smalle bundel. Dat beviel me niet, en op een duitse eBay winkel, waarop ik via het forum eens gewezen was, vond ik een speciale 4,8 mm led met een veel bredere bundelhoek en ook nog eens diffuus glas. Uitproberen bleek in ieder geval geen probleem, zo kostten 10 Euro voor 50 stuks. Achteraf stuurden ze er zelfs 100, geen flauw idee waarom maar ik heb maar niet geklaagd. Het verschil is echt wel groot, zoals hieronder goed te zien is (rechts 5 mm normaal, links 4,8 mm “weitwinkel stark diffus”). ![]() De lichtopbrengst is zo te zien wel flink minder, maar zoals later zal blijken is dat geen probleem. Ik heb dus deze ledjes gebruikt, alleen al voor dit dek had ik er 48 nodig. Ik heb gekozen voor een gelijkspanning van 24 V, waarmee ik dan 6 ledjes met een drempelspanning van 2,9 – 3 V en een optimale stroomsterkte van 20 mA in serie kan zetten met 1 weerstand van 300 Ω. Vanwege de toleranties van voeding, leds en weerstanden heb ik later het resultaat nog wel doorgemeten, maar corrigeren was niet nodig (als de stroomsterkte echt te groot was geworden had ik dat nog met een voorschakelweerstand kunnen corrigeren). Eerst maar een overzicht van het globale resultaat: ![]() ![]() Hier en daar ziet het er echt niet uit, maar dat is op de plaatsen die niet in het zicht komen. Voor het verlijmen heb ik van alles uitgeprobeerd, maar uiteindelijk moest ik toegeven dat het alleen maar goed en betrouwbaar lukte met 2 componenten lijm. Op de één of andere manier heb ik daar problemen mee. Misschien lijkt het wat mij betreft qua kleverigheid teveel op siliconenkit, en daar heb ik erg slechte ervaringen mee. Het is me gebeurd dat ik een klusje aan een raamsponning wilde doen, en waarbij ik uiteindelijk van top tot teen (inclusief mijn haren) onder de kit zat, maar het zat niet op de plaats waar het wel moest komen. Er zijn van die dingen…….. Maar ja, ik kon er niet omheen, en het verdient zeker niet de schoonheidsprijs maar het zit goed vast zonder dat ik al te grote ongelukken had. De mouw van de trui waarmee ik tegen het roerstokje had gehangen kon ik nog op tijd schoon krijgen. De bedrading van de lampjes was ook nog een hele kunst, temeer dat ik ook al geen groot soldeerder ben. Maar ik heb het allemaal aan elkaar weten te “bakken” en het werkte nog gelijk ook. De rode draad op de foto is de voeding, de groene draden zijn verbindingen (+ aan -) tussen in serie geschakelde lampjes, voor zover ze niet naast elkaar zitten, die kon ik direkt doorverbinden. Er zijn dan wel vrij veel “blanke” stukken in de keten, maar die worden ingesmeerd met isolerende lak. Hieronder een eerste aanzicht. ![]() Om het aantal draden te beperken heb ik het messing dek als min pool gebruikt, de losse delen heb ik daarvoor doorverbonden met een soldeerpuntje. Wat me tegenviel was dat de lampjes toch nog veel te nadrukkelijk te zien waren.Op de foto is misschien niet zo goed zichtbaar, maar in werkelijkheid zijn de individuele lampjes nog veel te duidelijk te zien. En dat wil ik niet, ik wil wel een lichtgloed zien, maar niet verblind worden door een lampje. Hotel New York (het oude hoofdkantoor van de HAL) aan de Wilhelminekade op de kop van Zuid in Rotterdam staat een groot model van de Nieuwe Amsterdam. Op zich best een mooi (en vooral groot) model, maar als je door de ramen naar binnen kijkt zie je een levensgrote fitting met een gloeilamp hangen. Echt geen gezicht, zo’n model wordt daardoor in mijn ogen een stuk minder mooi. Op de modelbouwbeurs in Goes een paar weken geleden zag ik ook zoiets, en dan denk ik: zo wil ik het toch echt niet hebben. Nu had ik al eens geschreven dat ik, om de inrichting uit het gezicht te houden, de gordijnen dicht zou doen. Er zijn een paar ruimten met in werkelijkheid gekleurde gordijnen waar ik dat echt wil doen. De “main lounge” heeft in werkelijkheid zowel rode wanden als rode gordijnen. Nu ligt die wel op dit niveau, maar komt pas later aan de beurt omdat die zich over de volle breedte van het schip uitstrekt (de verlichting zit er natuurlijk al wel). Ook de aangenzende “Ocean Bar” ligt aan de buitenkant, en was oorspronkelijk van binnen blauw getint. Ik ben dus eens gaan experimenteren met half doorzichtig gekleurd plastic. Maar je wilt er natuurlijk geen kerstboom van maken, dus de meeste ramen krijgen blank glas en ook die wil ik dimmen. Uiteindelijk vond ik een (veel op calque papier lijkend) materiaal bij de plaatselijke handwerk/hobby zaak dat wat melkachtig wit is. En ik moet zeggen dat ik denk dat dat het gaat worden. Hieronder is achter de achtersteramen dat materiaal gezet, en bij de voorste een voorbeeld van ramen met rode gordijnen. ![]() Op de foto lijken vooral de rode ramen bijna volledig afgedekt, maar in werkelijkheid stralen ze echt nog behoorlijk licht uit. Zelfs denk ik dat ik bij de “blanke” ramen het materiaal dubbel ga toepassen, of iets anders zoek dat het geheel nog diffuser maakt. Maar nogmaals, op dit dek zal het uiteindelijk niet zoveel uitmaken omdat er nog een dek boven komt met dezelfde breedte, en nog een wand ervoor met ramen. Ik weet in ieder geval dat ik op de hoger gelegen dekken wel wat minder lampjes kan gebruiken. Tot zover de huidige toestand. De volgende stap is het erboven gelegen boven-promenadedek. Ik had de wanden hiervoor al klaar, maar dat was voor het ontwerp dat ik nu verlaten heb. Als konstruktiemethode bevalt mij deze wel, dus die ga ik ook voor de volgende dekken gebruiken. Ik ben al begonnen met ombouwen van het ontwerp van de wanden en dekdelen, en dat is in een enkele dag wel klaar. Maar er wacht nog een andere uitdaging. In de promenades moet plafondverlichting komen, en dat is weer heel iets anders. Tegelijk met de eerder genoemde 4,8 mm leds heb ik ook een twee setjes kleine platte ledjes gekocht (type 1206: 3x1,5x 1mm en type 805: 2,1 x 1,3 x 0,8 mm) die ik in de plafonds (ofwel onder het bovenliggende dek) wil bevestigen. Hoe ik dat moet gaan doen weet ik nog niet, daarvoor ga ik eerst maar een paar proefjes doen – daar heb je hem weer…proefjes. Maar linksom of rechtsom, het moet gaan lukken!!! Hoeveel tijd me dat weer gaat kosten weet ik niet, maar in combinatie met het aanmaken, prepareren en monteren van het boven-promenadedek denk ik toch wel weer een maandje of twee zoet te zijn. Een volgend verslag zal dus wel weer even duren, of ik moet tussentijds iets (in mijn ogen) spectaculairs te melden hebben. Voor ik afsluit nog even de “traditionele” items van deze verslagen. Voor de blunder van de week (of zullen we daar kwartaal van maken?) zal ik kort zijn. Er waren zoveel gegadigden dat de jury geen keuze kon maken. De foto van de week is weer een nostalgische. Als sponsor/lid van de Stichting Behoud ss Rotterdam mocht ik (samen met vele anderen uiteraard) al ruim voor de opening in januari een bezoekje aan de “Grande Dame” brengen. Dat was een groot succes, de organisatie en verzorging aan boord was erg goed. Het weer zat wat tegen, het had die zaterdag flink gesneeuwd waardoor de buitendekken niet of nauwelijks begaanbaar waren. Maar er was genoeg te zien. Op de brug was het steeds ontzettend druk, maar na enig geduld kon ik toch onderstaande foto maken: ![]() De communicatie apparatuur, waarmee de brug in contact stond met de machinekamer en andere delen van het schip – schitterend toch? (let vooral op de slingers....) Tot een volgende keer. Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
13 maart 2010 geplaatst om 22:14 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:29 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 16)Eigenlijk was ik van plan opnieuw te wachten met een volgend verslag tot ik weer “echte” bouwresultaten had. Maar gisteren en vandaag toch wat tegengekomen dat ik vermeldenswaaed vind. Vandaar dus…….. Zoals de laatste keer gemeld ben ik verder gegaan met het tekenen van het promenadedek en de wanden die daarop komen. Ik schreef dat ik dat schatte op zo’n twee dagen werk. Het is maar goed dat het maken van begrotingen niet tot mijn kerntaken behoorde, want weet ik niet of ik wel de 34 jaar bij mijn laatste werkgever had volgemaakt. De nieuwe schatting is twee weken, de Noord-Zuid lijn is er niets bij. Terwijl ik bezig was heb ik wat prioriteit aan de dekken gegeven, omdat die als eerste geplaatst kunnen worden en daar de verlichting van de onderliggende promenades ingebouwd moet worden. Aan de voor- en achterkant is het bovenpromenadedek niet meer overdekt, en het buitengedeelte heeft een houten dekbekleding. Toen ik pas met etsen begon heb ik daar wat mee geexperimenteerd (zie een eerder verslag), dus ik was wel benieuwd hoe dat zou gaan. Het gedeelte van de voorkant van het dek dat beplankt is, is nogal grillig van vorm omdat daar ook fundaties van laatlieren en een dekkraan komen. Voor het tekenen is dat best wel complex, en ik dacht een uitstekende optie gevonden te hebben in Inkscape, het zogenaamd “clippen”. Dat betekent dat je gewoon een groot vlak kan tekenen met beplanking. Daaroverheen “leg” je dan een object dat de contouren heeft van het te beplanken dekgedeelte, en met het “clippen” wordt dan als het ware de dekbeplanking op die maat eruit gesneden. Op papier (ofwel op het beeldscherm} werkte dit uitstekend, en ook de tekening op de pdf file vanwaaruit ik de etsmaskers print zagen er goed uit. Na belichting bleek echter al snel dat bij het ontwikkelen het gehele beplankte oppervlak werd wegontwikkeld, van de beplanking was niets meer te zien alleen een volledig wegontwikkeld vlak. Ik begreep hier niets van, alles nog eens nagekeken maat niets te vinden. Tot ik het belichtingmasker nog eens goed bekeek. Wat bleek was dat de “planken”, die zwart moeten zijn, met doorzichtige voegen ertussen, in werkelijkheid een grijze tint hadden. Op alle andere delen die niet belicht moeten worden ligt echt een zwarte inktlaag, maar bij de beplanking was dat grijs. De verklaring was dus gevonden, maar ik weet nog steeds niet hoe het komt. Kennelijk wordt er iets aan de printer doorgegeven wat niet zichtbaar is op je beeldscherm (daarop is het echt pikzwart). Dan toch maar een “directe” methode gevolgd, maar toen ik daar mee bezig was kwam ik ineens op een idee. Als ik de mislukte plaat toch zou etsen ontstaat er een verdiept gedeelte op de plaats van de beplanking. Als ik dan de beplanking apart uitets in de goede vorm, dan past die daar precies in en kan ik die er later inlijmen. Hierdoor komt het beplankte gedeelte iets verhoogd te liggen (ongeveer 0,15 mm, met wat speling misscjien 0,2 mm), maar in werkelijkheid is dat ook zo. Dus zo uitgevoerd, en hieronder de twee etsplaten. ![]() De belichting is belabberd, maar rechts onder is het dek te zien, met het heldere te beplanken gedeelte, dat hier dus éénzijdig is ingeëtst. De stroken daarboven zijn wat korte wanddelen van het dekhuis die ik als “bladvulling” maar vast meegenomen heb. De aparte beplanking ligt links. Wat misschien opvalt zijn de smalle banen rond de onderdelen. Voor het etswerk voor het promenadedek gebruikte ik banen van minimaal 1,5 mm. Dit was natte vingerwerk, maar ik had het idee dat ze niet te smal moesten zijn op zo snel mogelijk volledige dooretsing te krijgen. Dit bleek echter een volledig verkeerde gedachtegang. Bij het etsen viel het me namelijk op dat juist dunne lijnen, en dan met name aan uiteinden daarvan het snelst “doorkwamen” (is trouwens prachtig te volgen met een zaklamp erachter, het geeft elke keer weer een kick als je de eerste “doorbraak” ziet). Ook bleek dat grotere oppervlakken achterbljven, en dat is niet prettig want het etsen van de “voorlopende” stukken gaar natuurlijk gewoon verder terwijl je wacht tot alles schoon doorgeëtst is. Dus voor de nieuwe serie heb ik gekozen voor veel smallere banen van 0,5 mm, en straks als ik groter ramen heb doe ik allen de randen, het middenstuk valt er dan gewoon uit. Ook nu viel het op dat het laatste dat dooretste de twee openingen (centraal bovenin) voor beglaasde deuren waren. Voor de rest werkte het perfect. Hieronder het uitgesneden dek met het daarin los liggende beplankte gedeelte. ![]() Voordeel is nu dat de beplanking los van de rest gespoten kan worden en daarna erin gelijmd. De rest van het (buiten)dek wordt zwart of donkergrijs (is in werkelijkheid bedekt met een bitumen laag. Die vreemd gevorde delen in het voordek zijn de uitsparingen voor de fundaties van de twee laadlieren, de extra uitsparing aan de bovenkant is voor de fundatie van de dekkraan met lier, en de centrale rechthoekige uitsparing is voor een groot dekluik (hier werden bijvoorbeeld complete autos door naar binnen gehesen). Al met al weer een mooie bewijsvoering van de “stelling van Cruijff” (je weet wel, van die voor- en nadelen). Ik blijf deze werkwijze volgen, maar ik was er nooit opgekomen als ik dat rare gevolg van het “clippen” met Inkscape niet was tegengekomen. Over de wet van Murphy zal ik het maar niet hebben, die heb ik al zo vaak bewezen dat het bijna routine wordt…. Maar elke keer loop je toch weer tegen wat nieuws aan met etsen, en ik weet nog steeds de grenzen niet. Bovenaan de eerste foto zijn wat ramen te zien die door dunne spijltjes in kleinere raampjes zijn verdeeld. Die spijltjes zijn op tekening 0,4 mm breed, de raampjes zijn ongeveer 1,3x1,5 mm, en als je het zo voor je ziet zien ze er echt perfect uit. Dat geeft hoop voor als ik later aan relingen toe ben (duurt nog wel een tijdje, maar toch denk je daar soms aan). Ik ben ze wel schaal 1:200 tegengekomen bij Argonaut, maar die hebben drie horizontale stangen, terwijl de Rotterdam er ook met vier heeft. Daarnaast is het natuurlijk veel leuker om het zelf te maken…….. Bij het zoeken naar de grenzen van het etswerk werd ik ook nog geholpen door een clubgenoot van Stephan le Sage (Stelsa draadje) die ik sprak op de beurs in Goes. Hij wilde heliplatforms maken, maar machinaal lukte dat niet en hij informeerde of dat misschien met etsen kon. Dat heb ik geprobeerd, en ik vond het resultaat verbluffend (de langwerpige stukken op de foto hieronder zijn wandjes voor mezelf die ik over moest doen omdat ik ze verpest had): ![]() De diameter van de (hier negen gemaakte) platforms is 42 mm. De gaten zijn 0,8 mm diameter, met een steek van 1,15 mm. Dat betekent dus dat de wandjes tussen de gaten 0,35 mm zijn, en het zag er echt perfect uit. Zo’n 6 maanden geleden, toen ik hiermee begon, had ik echt niet durven dromen dat ik dat nu zo zou kunnen. Het verbaast me daarom dat zo weinig scheepsmodelbouwers dit doen. Bij de modeltrein bouwers lijkt dit veel meer te gebeuren. Maar ja, misschien dat na deze reclamecampagne het wel een vlucht gaat nemen. Ik weet alleen niet wat voor aandelen ik zou moeten kopen om hiervan te kunnen profiteren. Snel nog even de foto van de week. Even een foto van de grootse uitstraling die zij nu weer heeft. Deze foto heb ik genomen tijdens mijn eerdergenoemde bezoek in januari. Het is de trap in het Ritz-Carlton, dat twee verdiepingen heeft (achteraan het onder-promenadedek en het sloependek). Schitterend toch??? ![]() Toch weer een heel verhaal, en dan ben ik nog niet aan de verlichting van de promenades toegekomen. Op het forum al laten zien dat ik daar “bedrade” SMD ledjes voor op het oog had. Intussen wat testjes gedaan (alweer???) en die vielen positief uit. Woensdag 100 besteld, vrijdag al in de bus – wat heb ik toch met levertijden. Als ik daar een presenteerbaar resultaat mee heb komt er een volgende aflevering. Tot dan. Groet, Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
21 maart 2010 geplaatst om 00:03 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:30 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 17)Ik had me weer voorgenomen pas weer een verslag te schrijven als er "bouwresultaten" te melden waren. Hoewel niet echt spectaculair vond ik de voortgang met de verlichting daar toch reden genoeg voor. Maar als eerste, voor de verlichting, de chronologgische gang van zaken. Ik ben doorgegaan met het etsen van de dekken en wanden voor het boven-promenadedek. De vorige keer heb ik daar al iets van laten zien, en hieronder het totale resultaat van dit dek. ![]() De vijf dekdelen liggen links al (los) op hen plaats. Alle dekwanden en "plank" dekdelen liggen rechts. Aanvankelijk ging het gesmeerd met de in totaal 8 platen van 25x17 cm. Maar op het laatst ging er weer van alles fout. In de eerste plaats kreeg ik problemen met de printer. Dat zag ik pas toen bij een dekdeel (tweede van onder op de foto) het oppervlak zowel aan de voor- als aan de achterkant ook flinke etssporen vertoonde. Na alles nalopen bleek de zwarting van het belichtingsmasker niet volledig. Hoewel ik net een nieuwe zwarte inktpatroon in de printer had gedaan. Daarbij had ik me al geërgerd aan het feit dat de winkel de XL patronen weer eens niet had, en ik de veel duurdere normale patronen moest nemen. En nu begaf kennelijk deze patroon het al weer na een paar (ik geloof 8 ) afdrukken. Dit zijn wel afdrukken die zwarte inkt vreten (alles wat niet geëtst moet worden wordt tenslotte zwart op het masker). Hoewel ik al eens mijn neus gestoten had, ben ik uit balorigheid toen maar naar zo'n zaak gegaan waar ze inktpatronen bijvullen. Tot nu gaat dat goed, maar de toekomst moet nog leren of dat stand houdt (de vorige keer niet dus). Het "beschadigde" dekdeel is trouwens op zich nog wel te gebruiken, omdat het net toevallig een volledig overdekt stuk is. Het volgende probleem dat optrad was dat de etstijd steeds meer ging toenemen. Uiteindelijk heb ik het (ik denk net) gehaald, maar toch maar gelijk nieuw besteld. Zondagavond besteld, pakketje werd dinsdag bezorgd. Ik denk dat die leveranciers weten dat ik zit te smachten om eens lekker op z'n Hollands te kunnen schelden dat iets weer eens te laat is, en me die pret gewoon niet gunnen. Als volgende moesten de dekdelen op 1 mm triplx gelijmd worden. Daar is weinig aan te zien, vandaar geen foto. Dan moest de plafondverlichting voor de promenades van het onderliggende promenadedek klaargemaakt worden. Zoals al eerder gezegd heb ik hiervoor SMD leds van het type 1206 gekocht, waaraan de bedrading al aangesoldeerd is. Ik blijk echter een andere versie aangeschaft te hebben dan ik aanvankelijk uitgeprobeerd heb. Deze hadden al dunne draadjes, maar de 100 stuks ik later besteld blijk te hebben zijn bedraad met 0,1 mm koperdraad met een doorzichtige isolerende kunststof coating. De uiteinden van de ca, 17 cm draden die aan de leds gesoldeerd zijn, zijn weliswaar vertind maar voor mijn doel veel te lang. De onderlinge afstand is bij mij maar zo'n 5 cm. Na het afknippen tot de juiste lengte moet zo'n draadje gestript worden voor het solderen. Een normale striptang kan je natuurlijk wel vergeten, dus maar wat uitgeprobeerd. Eerst met een aansteker er onder. Maar dan heb je verkoolde resten op de draad die je er dan toch af moet krabbelen. Uiteindelijk probeer ik maar gewoon met een mesje heel voorzichtig wat van de isolatie weg te krabben. Dat is gelukt, al denk ik dat pas als je de soldeerbout ertegen houdt de laatste resten van de isolatie wegbrandt. Dat blijkt ook wel uit het feit dat het even duurt voordat de soldeertin wil hechten aan de draadjes. Als iemand een suggestie heeft, houd ik me aanbevolen!! (@Wim: jij had het pas over soldeerpasta, werkt dat ook voor het aan elkaar verbinden van dunne draadjes?). Ik heb al eens gemeld dat ik geen groots soldeerder ben, en ook in dit geval heb ik mijn naam Bakker weer volledig waargemaakt. Maar het belangrijkste is: het blijft zitten en als je er aan trekt breekt één van de draadjes, en niet de verbinding. Ik had voldoende afgeknipte draadjes, dus ik kon het natuurlijk weer niet laten om daar een paar testjes voor uit te voeren. De ledjes heb ik ingebouwd in dik papier/dun karton (ongeveer 0,25 mm dik) en om ruimte te creëren voor de bedrading (of eigenlijk de soldeerdruppels) heb ik dat aan de bovenkant bekleed met latjes van 0,7 mm dik. Zo kwam ik precies aan mijn streven van niet dikker dan 1 mm. Hieronder het plafond van de voorkant van de promenade met de lampjes al brandend ingebouwd. ![]() ![]() De bovenste foto is dus de kant die tegen de onderkant van het boven-promenadedek wordt gelijmd. De andere, straks wel zichtbare kant is te zien op de onderste foto. Ik heb het papier overigens nog wel gespoten, want op de één of andere manier blijf ja dat (evenals met kunststof) altijd zien. De pietepeuterige draadjes zijn goed te zien, en ik heb het nagemeten en ik kom op 0,1 mm inclusief de bekleding!! De zwarte punten op de bovenste foto, waar de draadjes naar toe lopen corresponderen met gaten in het dek erboven. Bij toeval (het mag ook wel eens meezitten) heb ik per dekdeel met verlichting eronder precies één plaats die binnen de dekhuiswanden van het bovenliggende dek ligt, en waar ik dus op een onzichtbare manier de draden kan doorvoeren. Dan wil je natuurlijk ook wel eens zien hoe het er in werkelijkheid uit gaat zien. Dus provisorisch het plafond tegen hey onderpromenadedek geklemd en op de goede plaats op het dekhuis van het promenadedek gelegd. Hieronder een impressie: ![]() ![]() De bovenste foto geeft een goed beeld van het plafond met 3 verlichtingspunten aan stuurboordkant. Van de bakboordkant is er nog net één te zien. Als je er recht tegen aankijkt (onderste foto) zie je "lampen" niet meer, maar wel de "gloed" ervan. Op de foto komt dit wat minder uit, in werkelijkheid is dat beter te zien. Maar, het hoeft wat mij betreft geen "kerstboom" te worden, en ik vind het al mooi als je staks, als ook de buitenwand ervoor zit allen een zekere lichtgloed door de ramen daarvan ziet. En zoals het er nu naar uitziet gaat dat ook wel lukken. Inmiddels zijn ook de andere plafonddelen met verlichting (6 lampen aan stuurboord en 6 aan bakboord) klaar en heb ik dus in totaal 3 groepen van 6 lampjes voor dit dek. Dat aantal komt goed uit omdat ik met 6 lampjes in serie met 1 weerstand op 24 Volt werk. Het uitvalpercentage is me ontzettend meegevallen, tot nu toe is er maar één lampje gesneuveld en dat was door een ongelukje dat niets met het soldeer en montagewerk te maken had. Ik moet natuurlijk niet te vroeg juichen, want het blijft kwetsbaar en bij de definitieve montage wordt het echt wel goed uitkijken. Na elke stap in de montage controleer ik trouwens de werking even, want anders wordt het eindeloos zoeken als er een storing optreedt. Wat dat betreft ben ik nu wel blij dat ik een instelbare voeding heb gekocht. Ik kan dan de spanning aanpassen aan het aantal lampjes in serie dat ik wil testen. Dat was het tot nu toe. Volgende stappen zijn het spuiten van de dekken en dekwanden, monteren van de dekken met daaronder de plafonds, en het afmonteren (deuren, beglazing) en definitieve montage van de dekwanden. Daarna, maar dat duurt nog wel een weekje of twee denk ik, gaan we op herhaling met het volgende (sloepen) dek. De blunder van de week was natuurlijk weer met het etsen. Hij lijkt een beetje op het "spiegelen" waar ik eerst problemen mee had. Om de zaken een beetje op orde te houden ets ik codes voor de wanden in de dekplaten en de wanden zelf. Op de dekken komen die aan de voorkant, maar onzichtbaar binnen de grenzen van de dekwanden. Op de dekwanden komen die aan de (onzichtbare) achterkant. Als je aan het etsen bent, dan is het moment van dooretsing (te volgen door er een zaklamp achter te houden) altijd spannend. Ook is de tijdsduur tussen de eerste "dooretsing" en het moment dat alles klaar is een maat voor de kwaliteit van je etsing. Je zit dus altijd met spanning op dat moment van eerste dooretsing te wachten. Ook toen ik tot mijn grote verbazing ineens op een groot aantal plaatsen bijna gelijktijdig dooretsing zag. Wat bleek: ik had de wandcodes aan zowel de voor- als de achterkant staan (aan de voorkant vergeten weg te halen, na spiegelen). Dus weer een plaat voor de prullenbak!! Als foto van de week weer eens één uit de al eerder genoemde "lofzang" van de Engelse scheepsarchitect Payne, "Grande Dame". Hier passeert zij het Panama kanaal. ![]() Op zich niet zo'n bijzondere foto, maar ik werd gegrepen door haar groot(s)heid in deze setting. Overigens moet dit een foto zijn van na 1974, omdat de romp hier al donker is. Tot de volgende keer Groet, Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
3 april 2010 geplaatst om 23:36 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:31 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 18)Aanvankelijk wilde ik onderstaand verhaal alleen in het forum plaatsen. Met enige aarzeling plaats ik het toch ook maar in dit verslag. Probleem is dat het eigenlijk niet onder de kop "bouwverslag" thuishoort, meer in de categorie "worstelen" of "klaagzangen". Maar ja, daar is geen rubriek voor, en aangezien ik geen schipperscafé klant ben dus toch maar hier geplaatst. Ik heb geloof ik al eens gemeld dat ik iets met kleuren heb, of eigenlijk moet ik zeggen: ik heb iets niet (oftewel niets) met kleuren. Al vanaf mijn eerste etstestje voor een "planken" dek loop ik te piekeren wat voor kleur ik moet nemen. Foto's brengen je niet echt verder, daar kom ik later ook nog op terug. Verder hebben zeker oude foto's zelden een goede kleurweergave, of zijn zelfs achteraf ingekleurd. Ik ben weliswaar 30 januari al aan boord geweest, maar toen zag het er 's ochtends zo uit: ![]() Dit is overigens het nu "Lidoterras" genoemde zwembadterras op promenadedek niveau. Volgens de beweringen het "grootste terras van Rotterdam". Een leuk verlaat kersttafereel, maar over de kleur van de beplanking zegt het niets. Later smolt de sneeuw wel wat, maar het dek was nog steeds zo drijfnat dat je ook toen nog niets over de kleur kunt zeggen. ![]() De beplanking zie je hier natuurlijk alleen onder aan de foto, de rest van het voordek is zwart geteerd, of zoals ze dat zo mooi zeggen met bitumen bekleed. Volgens de specificaties is het een teakhouten dek. Maar daar kom je op zich ook niet veel verder mee, want teak heb je in vele verschillende teinten. Toch maar op grond van oudere foto's gedacht dat het iets beiges/donkergeels met toch wat bruin erin moest worden. Zaterdag was ik bij de modelbouwwinkel en daar zag ik een "donker geel" Tamiya spuitbusje. Ik had wel wat aarzelingen, maar toch maar meegenomen. Gisteren de "plankdek" delen, die al in de primer stonden gespoten. Mijn eerste reactie na drogen was nogal (zeg maar héél) negatief. Ik vond het veel te groenig. Nu heb ik ook wel foto's waarop het dek inderdaad bijna groen is van het mos, maar ik probeer zoveel mogelijk "af werf" te bouwen. Het vreemde was dat mijn vrouw wat genuanceerder in haar mening was, en zij (ik heb al eens opgemerkt dat zij een andere "kleurenkijk" heeft dan ik) zag er minder groen en meer bruin in. De verwarring werd nog groter toen ik onderstaande foto gemaakt had. ![]() Hier ligt het beplankte achtergedeelte van het bovenpromenadedek nog los op de ondergrond. De zwarte plekken daarin zijn de fundaties voor laadlieren en de zwarte randen zijn 30 cm brede goten aan de buitenkant van het dek. Om helemaal kleurverwarring te voorkomen heb ik de rest van het onderdek afgedekt met wit papier omdat dat nog blank messing is. Toen ik deze foto op mijn beeldscherm zag dacht ik: zie je nou wel, er zit groen in. De totale verwarring kwam toen ik het gespoten etsdeel ernaast hield. De "echte" kleur is totaal anders, en in contrast met de foto op het beeldscherm veel meer "bruinachtig". Ik had expres de foto al zonder flits genomen omdat dat ook nogal eens kleurafwijkingen geeft, maar de verschiilen zijn toch enorm. Nu heb ik het plan opgevat om morgen, als het in ieder geval droog is, haar nog eens met een bezoekje te verrassen, maar ik heb zo mijn bedenkingen over het nut. Want als dat weer zulke foto's oplevert, wat moet je er dan mee. "Gewoon de knoop doorhakken" zegt mijn vrouw dan, maar vooralsnog heb ik daar moeite mee. Ik hoop dat ik het na morgen wat "zonniger" inzie. Geen vaste rubrieken in deze "tussenaflevering", de redactie was daar niet op voorbereid (zitten nog bij te komen van de vorige aflevering) Tot de volgende keer, als het dek zijn definitieve kleur heeft en de dekhuizen gemonteerd zijn!!! (stevige taal hè, nu eerst maar eens waarmaken). Groet, Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
5 april 2010 geplaatst om 23:05 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:31 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 19)De afleveringen volgen elkaar ineens snel op. Gedeeltelijk komt dat omdat ik even "vast" zit. Ik had gisteravond laat de dekwanden gespoten met het idee dat ik dan vandaag aan de afwerking kon beginnen nadat ik de (plank)dekken had gespoten (hierover straks meer). Omdat de temperatuur ondertussen wat is opgelopen had ik ze (voor het eerst na de winter) vannacht in de berging laten liggen. Vanochtend wilde ik ze gelijk met de krant ophalen, en wat is het geval: nog één kleverig geheel. Ik had gedacht dat die 10 graden die ze als minimum opgeven niet zo erg nauw kwam, maar dat is kennelijk een misrekening (het was 7 graden). Dus nu liggen ze in mijn werkkamer te drogen, maar dat duurt wel even, vandaar….. Dan maar een apart verslag over de dekken. Dinsdag was het schitterend weer, dus al in de loop van de ochtend naar de ss Rotterdam gereden. Het was erg rustig, maar ik liet me vertellen dat het met de Paasdagen erg druk was geweest. Ik heb de "Uitwaaien & Zwaaien Tour" genomen, dat is een tour zonder gids die je over de dekken leidt aan de hand van een audiofoon die wat tekst en uitleg geeft op diverse "ankerpunten" tijdens de wandeling. Er valt wat mij betreft nog wel wat bij te schaven aan de werkwijze (je zag mensen die meer aandacht besteedden aan de bediening van de audiofoon dan aan het schip), maar het moet gezegd worden: er lopen overall "stewards" of "suppoosten" (of hoe je ze ook wil noemen) rond die erg behulpzaam zijn. Een aantal kende ik nog van mijn bezoeken aan het voormalige info-centrum, en deze mensen zijn echt enthousiast (een aantal hebben ook op haar gevaren). Maar mijn hoofddoel was natuurlijk de dekken, en dat was wel een verrassing. In de eerste plaats waren de verschillen behoorlijk groot. Dit is het eerste wat je ziet als je van de loopplank aan het achterschip komt: ![]() Het Lido (zwembad)terras. Van een kop koffie drinken is daar nog geen sprake, want het is nog niet open. In de krant las ik dat dat de komende weken gaat gebeuren. Wat opvalt is in eerste instantie dat het er erg netjes bijligt (kritiek komt later). Het is wel goed te zien dat de dekbeplanking geheel vernieuwd is. Wat de kleur betreft had ik een wat onbestemd gevoel. Veel lichter dan ik gedacht had, en wel erg "grijs". Als je dat vergelijkt met oude foto's: ![]() Maar ik heb al eerder mijn twijfels geuit over de kwaliteit van oude kleurenfoto's. De meeste dekken hebben wel het uiterlijk van de eerste foto, maar er zijn ook uitzonderingen. Op de promenade van het sloependek ziet het er bijvoorbeeld zo uit: ![]() Dit is wel een overdekt dekgedeelte, dus misschien maakt dat verschil uit. Wat mij betreft was dan ook de conclusie: dit kan je nooit goed namaken. Maar na wat bezinken bedacht ik me: je kan het eigenlijk ook nooit fout doen (een variant op dat half lege en half volle glas). Dus naar de verfhandel gegaan, en me gestort op een kleurenwaaier. Het moest niet te donker zijn, niet te geel maar misschien licht beige-achtig met een grijze ondertoon. Na lang aarzelen wat uitgezocht (vraag me niet naar de exacte kleur, de benamingen die ze hiervoor bij Histor gebruiken slaan nergens op, wat moet je bijvoorbeeld met een kleur die "tevredenheid" heet). Spuitbus aan laten maken, en uitproberen maar. Het eerste resultaat: ![]() Op zich, qua kleur nog helemaal niet zo slecht (blijft moeilijk hoor, ik zie hier toch op de foto weer een wat groenige teint die er in werkelijkheid niet is). Maar toch, het is het niet. Na een tijdje besefte ik wat de oorzaak is: het is te gladjes, zonder nuancering, het leeft niet. Op dat moment wist ik het echt niet meer, tot ik me herinnerde eens een huishoudelijk klusje gedaan te hebben met transparante beits. En toen ik die teruggevonden had bleek het nog teak te zijn ook. Op waterbasis, dus lost het de spuitlaag niet op. Gewoon maar eens uitgeprobeerd, en dit was het resultaat: ![]() Ik vond het resultaat verrassend. Niet alleen vond ik de kleur beter, het "leeft" meer. De beits blijft wat vlekkerig, maar dat geeft nu juist de nuancering die ik miste. Overmoedig geworden nog een tweede laag erop: ![]() En, iedereen mag erover denken wat hij wilt, ik kwam hierbij tot te conclusie : dit gaat het worden!!! Eerlijk gezegd vond ik het aanvankelijke resultaat nog wat te glanzend, en heb ik er hierboven eerst nog een laag transparante zijdeglans laag over gespoten. Maar het besluit is gevallen: zo gaat het voor de rest van de houten dekken gebeuren. En zo kruipen we op ons doel af……. Nu maar wachten tot ik verder kan. Maar nu wel weer tijd voor zowel de foto als de blunder van de week. Als foto heb ik weer gekozen voor de brug van onze dame. De vorige keer was het daar zo druk dat ik alleen een foto van de communicatie apparatuur kon maken (zie eerder verslag). Nu was het lekker stil, en kon ik het hele commandocentrum eens goed bekijken. En het meest opvallende vond ik……het roerwiel: ![]() Ik was stomverbaasd. Je herinnert je van die foto's van enorme, bijna manshoge roerwielen op met name oude zeilschepen, maar ook gewone tegenwoordige schepen hebben volgens mij dikwijls ook nog behoorlijk grote. En dan dit grote schip met zo'n dinky toy stuurtje. Mijn eerste gedachte: het moet wel een erg volgzame dame geweest zijn………….. Als blunder van de week deze keer eens één, eigenlijk twee die niet uit eigen koker komt. Tijdens de tour kwam je op het eerste klas sportdek het volgende tegen: ![]() Op de audiofoon werd gezegd dat de rode pylon (met dat "drang"hekje erom heen) daar stond om de exacte plaats te markeren waar de toenmalige koningin Juliana op 20 augustus 1959 de vlagwisseling als onderdeel van de overdracht van RDM aan de HAL had uitgevoerd. Laten daar nu foto's van zijn (natuurlijk): ![]() (let even niet op de rode cirkels die komen later nog aan bod). In de beschrijving van de ceremonie staat duidelijk dat dit aan stuurboordzijde plaatsvond, en dat is op de foto ook goed te zien. De pylon staat echter midscheeps. Ik denk bij zoiets: als je dit doet, doe het dan goed want dat kost geen enkele extra moeite. Het tweede punt is geen echte blunder denk ik, maar meer één van kostenbesparing en/of beschikbaarheid van teakhout in grote afmetingen. Toen ik de dekken bestudeerde viel het me op dat de planken korter waren dan ik had gedacht, en dat ze over 1/3 van de lengte versprongen (zie de foto's hiervoor van het lido terras en het eerste klas sportdek) en niet veel langer en verspringend over 1/4 lengte wat ik dacht dat het geval was. Dat mijn herinnering goed was wordt bewezen door onze koningin-moeder op voorgaande foto. De cirkeltjes laten zien dat de kopse voegen elke vijf planken op dezelfde positie komen, en dat dus de planken met 1/4 verspringen. Ik vermoed dat deze "geschiedenisvervalsing" een bewuste keuze is geweest omdat teakhouten planken van zo'n 6 à 6,5 meter met een dikte van 63,5 mm (2,5 duim) en een breedte van zo,n 18 cm tegenwoordig niet makkelijk meer verkrijgbaar zijn, of in ieder geval peperduur (het mocht wat kosten, maar er zijn grenzen). Als je dan noodgedwongen tot kortere lengten besluit, dan is het logisch dat je ook "het verspringen" van de beplanking aanpast. Het zijn wellicht ondergeschikte details, maar wel leuk om je in te verdiepen. Als alles droog is, ga ik maar weer eens verder. Voor het moment eerst maar even "een bakkie doen". Tot de volgende keer. Groet, Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
8 april 2010 geplaatst om 16:09 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:33 door Ad Bakker |
| | Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 (deel 20)Lichte paniek op de werf. Ik was bijna klaar met mijn voorbereidingen voor het definitief plaatsen van het boven-promenadedek, toen ik me besefte dat dit dek aan de achterkant relingen krijgt op een plaats die straks weer gedeeltelijk overdekt wordt door het bovenliggende sloependek. Dat deed me besluiten dat ik dan de relingen het beste op kon nemen in de buitenste dekwanden die ik later wil plaatsen, na het sloepen en zonnedek omdat een deel van die wanden zowel het boven-promenadedek als het sloependek beslaan. Toen ik nog wat verder ging kijken besefte ik dat er ook inspringende relingen ter plaatse van de davit fundaties zijn. Op onderstaande foto is dat te zien: ![]() Ik zat nog te twijfelen of het plaatsen van de relingen een probleem kan zijn als het bovengelegen dek gemonteerd is, toen ik op de foto die lantaarn zag staan. Eerst dacht ik nog: dit is een hoger dek, maar dat is niet zo. Tot nu toe was ik er vanuit gegaan dat deze deklantaarns bij de sloepen stonden. Niet dus, bleek na bestudering van de tekeningen, ze staan bij de fundaties van de davits een dek lager. Hier had ik geen rekening mee gehouden, en als ik die brandend wil maken moeten de voorzieningen in het plafond van het lagere promenadedek komen. Maar het gaat nog verder, want alleen de bedrading leggen en een gaatje in het dek voor de "lantaarnpaal" is niet genoeg. Doordat het allemaal zo klein is, is het gewoon niet mogelijk de lantaarnpalen later te plaatsen. Ze moeten bedraad en al op het dek aangebracht worden voordat dit definitief geplaatst wordt. Op zo'n moment besef je je voor de zoveelste keer dat het verschil tussen "scratch" bouw en "bouwkits" vooral ligt in de planning. Je denkt het aardig uitgekiend te hebben, en dan loop je weer tegen zoiets aan. Maar aan de andere kant, wat maakt het uit: ze moeten toch een keer gemaakt worden. Wat wel vervelend is dat hierdoor ook de indeling van de "plafonds" van het promenadedek verandert. Nog gekeken of dit aan te passen is, maar uiteindelijk besloten ze in hun geheel over te maken. Zonde van het werk en de lampjes die er al in gelijmd zitten, maar het is niet anders. Ik had al besloten ze bij de hogere dekken niet meer van papier/karton te maken. Dat beviel me achteraf toch niet zo goed dus ga ik ze maar…………inderdaad, etsen. Maar als eerste prioriteit geldt nu het maken van de lantaarns. Schaal 1:200 kan je vergeten want dan zou je buis van 0,3 mm moeten hebben. Het kleinste wat ik kon krijgen is 1 mm uitwendig, 0,7mm inwendig, en dan geeft het al moeite genoeg om de bedrading erin te krijgen. Weglaten vind ik ook geen optie, daarvoor vind ik ze te prominent aanwezig op de dekken. Dus dan maar concessies doen. Het volgende probleem is de "kappen". Ik heb daar een aardig tijdje over gepiekerd, en denk uiteindelijk een oplossing gevonden te hebben in krimpkous. Door een krimpkousje van nominaal 3,2 mm (in werkelijkheid bijna 4 mm) plaatselijk te verhitten krijg je het onderste van de volgende foto: ![]() Daarboven beide einden wat ingekort, en daar weer boven gesplitst in 2 "kappen". Het is hier overigens rode krimpkous omdat de zwarte op was bij de elektronica winkel, morgen kan ik die halen. Om toch een indruk van de werkelijkheid te krijgen heb ik er één van buiten zwart en van binnen wit geverfd, de bovenste op de foto waar deze ook al is gemonteerd op de "paal" (het ziet er zeker niet perfect uit, maar het is nog maar een testje). Die moet dan nog wel gebogen worden, Dat lukt op zich wel, maar je voorkomt nooit dat hij wat plat vervormt, ook als je hem opvult met bijvoorbeeld flexibele draad van de juiste diameter. Dat geeft dan daarna problemen met het inbrengen van de draden. Het is me wel een keer gelukt, maar daar deed ik wel bijna anderhalf uur over. In totaal moet ik er 20 maken (10 op dit dek en 10 op het sloependek) dus reken maar uit……. Dus daarom eerst de draden van het lampje (2 van 0,1 mm) erin gebracht. Wat gelukkig wel bleek dat je ze nog wel door trekken kon bewegen na het buigen, zonder dat ze braken. Daarna het kapje gevuld met een paar druppels witte houtlijm en de led er voorzichtig aan de draden ingetrokken tot ze volledig in de kap zaten. Na drogen het geheel uitgetest, en hieronder is te zien dat het werkt. ![]() In de definitieve versie moeten de palen nog wel wit geschilderd worden, maar daar verwacht ik geen problemen mee. Eerste prioriteit is nu het aanmaken van 10 van deze lantaarns voor dit dek, en het opnieuw maken van de plafonds, waarin dan ook de bedrading van de lantaarns is opgenomen. Ik denk dat ik de meeste problemen wel opgelost heb, dus zodra ik de zwarte krimpkous heb ga ik daarmee beginnen. Door wat andere besognes zal dat misschien wel even duren voordat dat allemaal klaar is. Op dit moment geen puf meer voor andere frivoliteiten, dus tot de volgende keer. Groet, Ad Bakker reacties zijn welkom maar dan op het forum "bouwverslagen schepen" |
13 april 2010 geplaatst om 23:35 door Ad Bakker 10 december 2010 gewijzigd om 22:33 door Ad Bakker |
Recente weblogartikelen van Ad Bakker
- Bouwverslag ss "Rotterdam" (V) schaal 1:200 ( 1 augustus 2009)
- Bouwverslag Mantua/Sergal Mississippi boot (21 februari 2009)

































































































